*** MIS HET NIET *** MIS het niet​
*** MIS HET NIET *** MIS het niet​

Onze voorouders: de realiteit van de plantages in Suriname

Gruwelijke verhalen over het slavernijverleden lijken soms alleen over Amerikanen te gaan. Maar plantages in Suriname werden geterroriseerd door Nederlanders; man én vrouw.

Trigger warning: mishandeling, moord, marteling, verkrachting, verschrikkelijke beschrijvingen van extreem racistisch geweld

Wanneer we het hebben over het slavernijverleden, gaat het gesprek al snel over Amerika en de gruwelijkheden die daar plaats vonden. We lezen over tot slaaf gemaakten die op verschrikkelijke manier gestraft werden en witte Amerikanen die met het gezin picknicken naast een boom waar tot slaaf gemaakten gelynched werden.

 

Of de verhalen over de witte Amerikanen die mensenvlees aten of die de huid van tot slaaf gemaakten gebruikten als leer voor tassen en meubels.

 

En dat zorgt ervoor dat het gesprek over de horrors van het slavernijverleden altijd veranderen in iets wat ver weg van ons staat. Dat gebeurde daar – niet in Nederland. Maar de waarheid is dat ook op de plantages in Suriname dit soort verschrikkelijke dingen gebeurden. Van medische experimenten tot verschrikkelijke straffen en moorden.

 

Onze Nederlandse voorouders waren hier net zo schuldig aan als de Amerikanen. En het is belangrijk dat we dat blijven benoemen. Want die geschiedenis beïnvloedt het heden nog steeds op verschillende manieren.

 

Hoewel er niet veel informatie bewaard is gebleven over de realiteit op de plantages in Suriname, hebben we wel verschillende bronnen zoals het boek ‘Wij slaven van Suriname‘ van Anton de Kom waarin een klein deel van deze horrors worden beschreven.

 

We kunnen er vanuit gaan dat dit soort dingen veel grootschaliger voorkwamen en meer plantage-eigenaren hieraan meededen.

Plantages in suriname: de oversteek en verkoop

De verhalen die we wél horen zijn al verschrikkelijk genoeg: mensen werden in hun thuisland ontvoerd naar een onbekend land aan boord van schepen waar zij met honderden in het ruim gepropt zaten, levend in hun eigen poep en amper genoeg te eten voor de oversteek. En dat voor weken achter elkaar – soms duurde de oversteek een half jaar.

 

Het gebeurde dan ook vaak dat de gevangenen van boord sprongen om zo een einde te maken aan hun verschrikkelijke realiteit. Dit moest door de bemanning van het schip koste wat kost voorkomen worden; er werden netten gespannen en de ontvoerden werden streng bewaakt als zij wel even op het dek mochten rondlopen. Vaak rekenden kapiteins erop dat een groot deel van de ontvoerden niet levend op de bestemming aan zou komen.

 

Voor de reis werden de tot slaaf gemaakten klaargemaakt voor de verkoop. Dat was het moment dat de Afrikaanse gevangenen nog naar buiten mochten; de zon in. Ze werden ingesmeerd met olie en mochten meer eten dan ze in de weken daarvoor hadden gedaan. Daarna werd er een medische keuring gehouden en kregen de ‘geschikte’ gevangenen een brandmerk van de maatschappij waar zij door vervoerd zouden worden.

 

Bij aankomst in Suriname werd dit ritueel herhaald om de ontvoerde Afrikanen klaar te maken voor de verkoop. Ook werden ze kaalgeschoren. Marktkoopmannen probeerden vaak gezinnen bij elkaar te houden. Niet uit empathie, maar omdat een man die van zijn gezin werd gescheiden sneller zou proberen te ontsnappen.

 

Tijdens de markt moesten de tot slaaf gemaakte mannen een toneelstuk opvoeren; lachen, bukken, springen – alles om hun kracht te kunnen laten zien.

 

De verkoop eindigde met een nieuw brandmerk: de naam van de nieuwe ‘eigenaar’.

Realiteit op plantages in suriname

Daarna moesten de tot slaaf gemaakten aan het werk op de plantages van Nederlandse plantage-eigenaren. Dit werk werd gedaan zonder loon of andere compensatie. Maar ze brachten veel geld op; de gemiddelde Afrikaanse tot slaaf gemaakte was rond de 400 gulden waard. Dit was geld waar hij zelf niks van terugzag. Wat de tot slaaf gemaakten wel kregen, waren klappen van de zweep – om welke reden dan ook.

 

Ze kregen een minimale hoeveelheid voedsel en woonden in krotwoningen van gemiddeld vier vierkante meter. De tot slaaf gemaakten werkten zes dagen per week, vaak door tot in de nacht, en moesten plantages, waar zij later op aan het werk moesten, zelf aanleggen en onderhouden.

 

Tot 1828 was de tot slaaf gemaakte volgens de wet geen mens. Hij was een bezit – een ‘roerend goed’; inboedel. De gemiddelde leeftijd van de tot slaaf gemaakten was laag en het sterftecijfer hoog. Dit kwam door ziektes en slechte zorg, gebrek aan voedsel en hygiëne en door de verschrikkelijke omstandigheden op de plantages.

 

Zo was het werken op bijvoorbeeld een suikerrietplantage gevaarlijk en vielen er regelmatig gewonden. Ook kwamen deze Zwarte mensen in de molens terecht of vielen zij in ketels waar suiker in gekookt werd. Ze leefden ook constant in angst dat hun gezin alsnog, als straf, uit elkaar getrokken zou worden.

 

Het kwam ook regelmatig voor dat een gezin uit elkaar viel omdat de vrouw en kinderen vergokt werden door de ‘meester’. 

straffen op plantages in suriname

Deze ‘meesters’ waren wreed en mishandelden hun slaven. Dit was een “normaal” onderdeel van het bestaan.

 

Zo was de ‘Spaanse bok‘ een straf die veel toegepast werd in die tijd; een straf waarbij de persoon met beide handen vastgebonden werd en de knieën daar opgetrokken tussen. Hier werd dan een stok tussen gestoken die in de grond vast werd gemaakt. Vervolgens werd de tot slaaf gemaakte geslagen met een bundel dunne takken. Daarna werd de persoon omgedraaid en werd dit aan de andere kant van zijn lichaam herhaalt. Dit gebeurde bij alle tot slaaf gemaakten; ook kinderen.

 

Om deze straffen uit te voeren waren speciale martelaars aanwezig zodat de plantage-eigenaren hun eigen handen niet ‘vies’ hoefden te maken.

 

Andere straffen die veel gebruikt werden waren de tachtig zweepslagen waarbij de ontvoerde opgebonden werd en in de lucht werd gehangen met een gewicht aan zijn voeten. Ook werden regelmatig ledematen afgesneden, zoals oren of benen. De doodstraf werd ook toegepast door middel van ophanging of radbraking. Een andere straf die toegepast werd, was het ophangen van tot slaaf gemaakten aan een haak die door het vel geslagen werd.

 

Dit waren voor de plantage-eigenaren geen extreme maatregelen en vielen veelal onder de ‘orde van de dag’. In die tijd werden alleen extreem wrede omstandigheden in verslagen en rapporten als ‘bijzonder’ gemarkeerd.

 

Plantage-eigenaren die ’te ver’ gingen in hun martelingen en straffen werden hooguit aangesproken op hun gedrag en in het ergste geval verbannen of ontslagen.

 

Dit zegt veel over de normalisatie van geweld tegen, en de ontmenselijking van, de ontvoerde Afrikaanse bevolking. 

Realiteit voor vrouwen op plantages in suriname

De realiteit van vrouwen op de plantages in Suriname verschilde niet veel van die van mannen; ook zij moesten werken en werden mishandeld, verminkt en vermoord. Maar zij moesten daarnaast nog een andere verschrikkelijke taak vervullen. Want als het werk gedaan was, gebeurde het dat de ‘meester’ een van de vrouwen uitkoos om te verkrachten.

 

Het maakte hierbij niet uit of de vrouw een gezin had. De plantage-eigenaar zag haar als zijn eigendom en gebruikte haar ook als een object. Toestemming bestond hierin niet; de vrouw kon niks weigeren. Deze vrouwen werden dan gekozen als de ‘maîtresse’ van de eigenaar tot hij op haar was uitgekeken. Dit leidde tot jaloezie bij de vrouw van de ‘meester’ die dan ook vaak wraak nam op deze Zwarte vrouwen in de vorm van wrede straffen.

 

Mocht de vrouw zwanger raken door deze verkrachtingen, dan werd het kind ook tot slaaf gemaakt en net zo behandeld als de andere tot slaaf gemaakten op de plantage.

 

De vrouwen op de plantages in Suriname werden zelf wreed behandeld maar werden ook gebruikt als excuus om de wreedheid richting andere tot slaaf gemaakten te rechtvaardigen. Zo werden tot slaaf gemaakte echtgenoten van deze vrouwen gegeseld of op andere manieren gestraft. Als de Zwarte vrouw liefde toonde richting een andere tot slaaf gemaakte, dan werd zij daar ook voor gestraft.

 

Soms moesten mooie Zwarte vrouwen ook een ‘wekelijkse taxe’ betalen die ze dan vaak door middel van prostitutie moesten verkrijgen.

 

Nog meer dan de mannen werden tot slaaf gemaakte vrouwen een object gemaakt waar een ‘eigenaar’ zijn verlangen naar macht op kon uitleven. Over zowel de tot slaaf gemaakten als zijn eigen witte vrouw. 

Witte vrouwen op plantages in suriname

Wanneer we praten over het slavernijverleden, wordt er vaak gesproken over plantage-eigenaren, ‘meesters’ en koopmannen. Maar witte Nederlandse vrouwen speelden ook een grote rol in deze geschiedenis. Niet alleen waren zij getrouwd met deze wrede mannen, maar namen zij de plantages ook over als die mannen stierven.

 

En deze vrouwen waren net zo wreed – of wreder – als hun mannelijke partner.

 

Schots-Nederlandse kapitein John Gabriel Stedman schreef in zijn ‘Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam‘ over mevrouw S. die zo klaar was met het gehuil van een tot slaaf gemaakte baby, dat zij de moeder vroeg het kind bij haar te brengen. Stedman schreef: “Zij nam het kind toen bij een arm, hield het onder water totdat het verdronken was en vervolgens wierp zij het in de stroom weg”.

 

Anton de Kom schrijft in zijn ‘Wij slaven van Suriname‘ over een ‘juffrouw Pieterson’ die als ‘onmenselijk wreed’ beschreven werd omdat zij de ontvoerde Afrikaanse gevangenen op “tyrannique en barbaarse manieren” vermoordde. De witte vrouw antwoordde daarop dat zij haar eigendom mocht verwoesten zoals zij wilde omdat ze ervoor betaald had.

 

De Kom schrijft ook over de ‘weduwe Mauricius’ die “een oude slavin aan een boom [had] laten vastbinden en doodslaan”. Ze liet haar ‘bezit’ soms vierentwintig uur lang geselen of half villen. Haar wreedheid ging zo ver dat de tot slaaf gemaakten bij het Hof zeiden dat ze weg zouden lopen als de plantage in het beheer van de vrouw bleef.

 

Witte vrouwen waren op de plantages in Suriname minstens zo wreed als de witte mannen waar we het altijd over hebben. En het is belangrijk om al deze onderdelen van de geschiedenis te blijven uitlichten.

Source: NAARC, Aan boord van de Eenigheid, IsGeschiedenis, Historisch Nieuwsblad

DIT IS FRIEQUE

FRIEQUE is een nieuw platform, magazine en community voor iedereen die trots is anders te zijn. We geven niet om clout: wij doen wat we doen omdat het juist is en omdat we de wereld een stukje beter willen maken.

Mockup van een persoon met een laptop op schoot waar de website van de FRIEQUE-community op te zien is.
JOIN THE COMMUNITY
Mis het niet – join FRieque
The party starts soon...
  • 00Days
  • 00Hours
  • 00Minutes
  • 00Seconds
Ontvang het laatste nieuws
Contact
Voor iedereen die trots is anders te zijn