Image by: Magnific
Wat zijn de verschillende politieke ideologieën en wat is het verschil?
Communisme, kapitalisme, fascisme... Er zijn veel verschillende politieke ideologieën en het kan moeilijk zijn om ze uit elkaar te houden. Wij zetten een paar voor je op een rij.
De woorden ‘links’, ‘rechts’, ‘communist’, ‘fascist‘ en vele andere vallen in maatschappelijke en politieke debatten constant. Er zijn heel veel politieke ideologieën in Nederland die aangehangen worden door heel veel verschillende mensen. Maar daardoor gaan definities soms ook door elkaar lopen en weten we soms niet meer wat welk woord nu precies betekent en in welke context we het moeten gebruiken.
Wij gaan een aantal van de politieke/economische ideologieën voor je op een rij zetten mét de definitie zodat jij straks precies weet waarom die boze Facebook-boomer je een ‘vuile socialist’ noemt. We beginnen met de ideologieën die op dit moment in Nederland de bovenhand voeren en ook aangehangen worden door de machthebbers. Daarna benoemen we een paar belangrijke linkse en rechtse stromingen die in het maatschappelijke debat vaak genoemd worden.
Politieke Ideologieën: links en rechts
‘Links’ en ‘rechts’ zijn begrippen die zo vaak verkeerd gebruikt worden dat de betekenis van de woorden inmiddels veranderd lijkt te zijn. Links lijkt nu gelijk te staan aan ‘progressief’ terwijl rechts hetzelfde als ‘conservatief’ lijkt. Maar dat is niet wat deze woorden van oorsprong betekenen en dat is niet hoe ze gebruikt zouden moeten worden.
Linkse mensen willen graag een overheid die veel inspraak heeft en die zorgt dat iedereen in een samenleving gelijke kansen krijgt – los van eigen inzet en mogelijkheden. Rechtse mensen willen juist zo weinig mogelijk inmenging van de overheid en willen dat de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de individuele burger komt te liggen. Dat betekent dat links zich vooral richt op sociale voorzieningen en vangnetten terwijl rechts bijvoorbeeld veel meer gericht is op een vrijemarkteconomie waarin mensen hun eigen keuzes mogen maken en waarin bedrijven minimaal gereguleerd worden door de overheid.
Inmiddels zijn bepaalde thema’s ‘linkse’ en ‘rechtse’ thema’s geworden. Zoals het klimaat en migratie. Maar die thema’s zijn qua definitie helemaal niet links of rechts. Zo zijn er ook rechtse partijen die standpunten aannemen met betrekking tot het klimaat. Bijvoorbeeld de BBB die klimaatbeleid wil voeren dat de boeren beschermt. En linkse partijen hebben duidelijke standpunten met betrekking tot migratie. Maar rechtse partijen kunnen ook linkse standpunten hebben of juist een linkse aanpak kiezen voor een “rechts” thema. Andersom kan dat ook.
Links en rechts zijn dus veel meer dan alleen een label voor iemand die je niet mag.
De 'tussen ideologie': centrisme
Op dit moment hebben we een zogenaamd centrumrechts kabinet. De VVD noemt zichzelf ‘centrumrechts’, CDA noemt zichzelf een ‘middenpartij’, en ook D66 is volgens de eigen website een ‘centrumpartij’. Maar wat betekent dat woordje ‘centrum’ dan?
Het centrisme is een stroming die tussen links en rechts in ligt. Het vermijd “extremen” en wil graag gematigd beleid en focust vooral op pragmatisme. Dus geen ideologieën maar alleen praktische toepassingen. Het is ook niet “een beetje van beide”, maar een afweging van beide. Het centrisme kijkt naar beide “kanten” en beslist dan welke elementen van beide kanten meegenomen worden in de besluitvorming.
Het centrisme presenteert zichzelf vaak als ‘redelijkheid’. Omdat ze niet aan een ‘kant’ staan en zich niet laten leiden door labels, zien centrists zichzelf vaak als ‘neutraal’ en als verbinders. Maar veelgehoord commentaar op het centrisme is dat het de status quo dient: centrisme strijdt per definitie niet voor radicale verandering en werkt dus alleen voor mensen voor wie het systeem al functioneert. Hierdoor worden minderheidsgroepen door centristen vaak vergeten en over het hoofd gezien.
Daarnaast zou centrisme, door geen standpunt in te nemen tegen bijvoorbeeld extreemrechts en te onderhandelen met partijen die fascistische ideologieën aanhangen, ervoor kunnen zorgen dat het Overton-venster verschuift. Zo kan een centrumpartij vanuit ‘onpartijdigheid’ bijdragen aan de normalisering van extremistische ideeën.
Meer ideologieën: conservatief/progressief
Naast links en rechts hebben we in de Nederlandse politiek ook progressieve partijen tegenover conservatieve partijen. Kort gezegd betekent progressief ‘vooruitgang’ en conservatief ‘behoud’. Maar dat is niet volledig genoeg. Want er zijn op dit moment genoeg progressieve mensen die conservatieve standpunten hebben. Bijvoorbeeld weerstand tegen AI, big tech en de groei van vervuilende industrieën; veranderingen waar meer conservatieve partijen vaak juist voor zijn.
Progressief betekent in Nederland dan ook dat de nadruk van de partij meer ligt op sociale gelijkheid, duurzaamheid, diversiteit en een focus op internationale samenwerking. Progressieve partijen staan bijvoorbeeld voor LHBTQIA-rechten, vrouwenrechten het beschermen van kwetsbare groepen en gemeenschappen, en voor meer ontwikkelingshulp in het buitenland. Conservatief betekent dat een partij gericht is op het eigen volk en het eigen land. Een conservatieve partij is nationalistisch en hangt veel waarde aan de eigen cultuur en tradities.
Het is in Nederland vaak zo dat rechtse partijen als conservatief gezien worden en linkse partijen als progressief. Maar links conservatieve of rechts progressieve partijen kunnen wel bestaan (Vrij Verbond).
Het kabinet Jetten I is voornamelijk conservatief. Het CDA en de VVD zijn beide conservatieve partijen en D66 is een progressieve partij die op veel progressieve punten heeft ingeleverd bij het opstellen van het coalitie-akkoord.
systeem naar ideologieën: kapitalisme
We gaan eerst naar de definitie van een systeem waar we allemaal in leven: het kapitalisme. Dit is geen politieke ideologie maar wel een systeem dat compleet samenhangt met de politiek. Alles wat in de politiek beslist wordt, kan dit systeem namelijk in stand houden en sterker maken. In het kort betekent het kapitalisme dat bedrijven in het bezit zijn van individuen die zoveel mogelijk winst mogen maken. De overheid bemoeit zich hier zo weinig mogelijk mee.
Het systeem functioneert op basis van de wet van vraag en aanbod. Dit is een economisch principe waarbij de vraag naar een product het aanbod bepaalt en daarmee de prijs stuurt. En dat betekent dat producenten met elkaar mogen en kunnen concurreren om zo de meeste winst te maken of de grootste speler in die sector te worden. Bijvoorbeeld zoals supermarkten dat doen.
Maar de wet van vraag en aanbod bepaalt ook de hoeveelheid banen die beschikbaar zijn en hoe hoog het loon is van de mensen die die baan uitvoeren. In een kapitalistische maatschappij mag een bedrijf zoals Amazon banen die weinig opleiding en ervaring vragen (zoals magazijnmedewerker) weinig betalen om te voldoen aan een enorme vraag naar producten en zo maximale winst te maken die alleen de CEO op zijn loonstrook terugziet.
Op dit moment bevinden we ons in het ‘hyperkapitalisme’ (of laatkapitalisme); een vorm van het kapitalisme waarbij zoveel mogelijk geld in handen is van een kleine groep mensen waardoor het systeem nog verder ontregelt. Geld staat gelijk aan macht, en de sociale ongelijkheid is extreem groot; bepaalde mensen hebben een enorme hoeveelheid geld terwijl anderen nooit uit armoede komen.
Ook tast het streven naar winst – of beter gezegd: monopolie – onze leefwereld aan door overconsumptie, -productie en uitbuiting van de natuur en dieren.
ideologie van kapitalisme: (Neo)liberalisme
Het liberalisme komt van het Latijnse woord ‘liber’ wat ‘vrij’ betekent. Het is een van de oudste stromingen in de politiek en kwam op in de tijd van de Verlichting. Het liberalisme gaat om de vrijheid van het individu – zolang het de vrijheid van andere mensen maar niet beperkt. Gelijke rechten en kansen voor iedereen staan dan ook centraal binnen het liberalisme: iedereen is gelijk voor de wet en de overheid. In Nederland was het dan ook de liberaal Thorbecke die in 1848 onze grondwet lanceerde.
Het liberalisme vind terughoudendheid van de overheid belangrijk; zij moeten onze rechten beschermen en alle zaken regelen die een individu niet kan regelen (bijvoorbeeld Defensie) maar zich verder niet bemoeien met de mensen. Al helemaal niet als het gaat om de vrije markt. Het is dan ook niet zo gek dat liberalen groot voorstander zijn van het kapitalisme.
Deze vorm van het liberalisme heet het klassiek-liberalisme. Maar er zijn meer stromingen. Bijvoorbeeld het conservatief-liberalisme (kleine overheid, kritisch op EU en immigratie), het libertarisme (zo klein mogelijke rol overheid en meer lokaal bestuur) en het sociaal-liberalisme (grotere overheid met meer beleid en reguleren voor gelijke kansen op de markt). Volt is een politieke partij die het sociaal-liberalisme aanhangt. D66 is dat ook.
Een stroming die al jaren in de politiek een rol speelt is het neoliberalisme. Bij deze stroming is de invloed van de overheid niet klein, maar wel gericht op een specifiek doel: het stimuleren van de vrije markt en het sturen op meer concurrentie en monopolie. Ook in sectoren waar helemaal geen sprake zou moeten zijn van concurrentie. Zoals de gezondheidszorg, de woningmarkt en het onderwijs. Grote partijen die deze stroming aanhangen – en die al jaren in het kabinet zitten? De VVD en het CDA.
Linkse ideologieën: socialisme
Het kapitalisme zorgt voor ongelijkheid en uitbuiting; werkers zwoegen elke dag en zien daar zelf amper iets van terug terwijl bazen steeds rijker worden. Zo gaat het al eeuwenlang. En al eeuwenlang komen arbeiders in opstand tegen deze ongelijke verdeling, wat uiteindelijk leidde tot een nieuwe ideologie: het socialisme.
Socialisten gaan in tegen het kapitalisme en stellen een heel nieuw systeem voor: een systeem waarin alles eerlijk verdeeld wordt. Dat betekent dat een arbeider meer terugziet van de winst die gemaakt wordt met zijn inspanning. De bazen en CEO’s zijn niet meer de mensen die dik verdienen aan de uitbuiting van goedkope arbeiders, maar de rijkdom komt ook terecht bij de ‘gewone’ mensen die ervoor werken.
De economie wordt in een socialistische maatschappij ook op democratische manier geregeld in plaats van door het winstmotief van de kapitalisten. Dit moet uiteindelijk gelijkheid vergroten en het concept van klassen afschaffen. Mensen mogen dus wel meer geld hebben dan anderen, maar niemand mag in armoede leven. Socialistische partijen in Nederland waren vroeger de PvdA en op dit moment de SP.
Commentaar op het socialisme is dat het soms teveel focust op de klassenstrijd en daarmee onjuist aanneemt dat racisme en andere vormen van haat automatisch verdwijnen – of deze vormen van onderdrukking helemaal niet in overweging neemt – wanneer klassenverschillen verdwijnen.
Een bekende term die bij het socialisme vaak op komt is het Marxisme (of wetenschappelijk socialisme), gebaseerd op de ideeën van Karl Marx en Friedrich Engels. Dit is geen stroming maar een frame waarmee de maatschappij geanalyseerd en veranderd kan worden om uiteindelijk te komen tot een doel: het communisme.
Linkse ideologieën: communisme
Het communisme is een linkse politieke ideologie die uitgaat van een systeem als tegenhanger van het kapitalisme. Het is een samenleving waarin geen klassen of staten bestaan. Een socialistische samenleving waarin gemeenschappelijk eigendom centraal staat en waarbij productie verschuift naar een systeem van behoefte. Er wordt gemaakt naar vermogen en alleen genomen wat nodig is. Zo heeft niemand teveel en heeft iedereen genoeg.
Vernieuwing in de verschillende sectoren gaat niet om meer productie en winst, maar om het verlichten van de werkdruk. Het uiteindelijke doel is dan om te zorgen dat medewerkers gezonder blijven – mentaal en lichamelijk – zodat zij zich kunnen richten op wat echt belangrijk is. Namelijk hun gezin, hobbies en andere behoeften.
In theorie klinkt dit goed. Het probleem waar veel mensen op vast lopen is dat er binnen het communisme gesproken wordt over revolutie: er moet een (vaak gewelddadige) opstand komen waarbij arbeiders bedrijven overnemen en uiteindelijk ook de politiek. Dat is ook waarin het communisme verschilt van het socialisme. En het is waarom het woord ‘communisme’ een vieze smaak heeft gekregen.
Hierbij worden voorbeelden uit de geschiedenis aangehaald waarin het streven naar een communistische samenleving resulteerde in gruwelijke regimes en meer uitbuiting. Bijvoorbeeld Lenin en Stalin in de Sovjet-Unie, Pol Pot in Cambodja, of Mao Zedong in China. Maar in die voorbeelden is het daadwerkelijke communisme zoals het bedacht werd door verschillende filosofen – waaronder Marx – nooit bereikt.
De vraag of communisme kan “werken” is in de praktijk dus nooit beantwoord.
Linkse ideologieën? anarchisme
Het anarchisme is een ideologie die vooral tegen autoriteit is. Het strijdt tegen hiërarchieën binnen instellingen en organisaties en is dus ook per definitie anti-kapitalistisch. Aanhangers van het anarchisme willen dan ook staatloze samenlevingen in plaats van een staat zoals we die nu kennen. Ook het anarchisme kwam op in de tijd van de Verlichting en bouwde verder op socialistische en communistische overtuigingen maar heeft ook raakvlakken met het liberalisme.
Zo is het anarchisme gericht op het individu en de keuzevrijheid van dat individu: vrijheid zolang het de vrijheid van anderen niet beperkt. Overheden en andere regelende of dwingende instellingen bestaan hierin niet. De ‘leiding’ is in handen van het volk, maar iedereen is gelijk.
Het verschil met het libertarisme – dat ook pleit voor zo min mogelijk inmenging van de overheid – is het anti-kapitalistische aspect van het anarchisme. Het anarchisme wordt dan ook vaak een anti-autoritair onderdeel van socialisme genoemd. Maar ook daarin zitten verschillen. Het anarchisme vindt het socialisme of het Marxisme bijvoorbeeld nog steeds te autoritair; teveel hiërarchieën of leiders.
Het anarchisme wordt door sommige mensen vergeleken met de Nederlandse soevereinen. Maar ook dat klopt niet helemaal. Soevereinen zijn namelijk wel vaak aanhangers van het kapitalisme; zij willen hun inkomen alleen niet afdragen aan een regering of maatschappij.
Rechtse ideologieën: Nationalisme
In de 19e en 20e eeuw werd het nationalisme (al bestaat dit in bepaalde vormen al veel langer) steeds groter. Het nationalisme is een ideologie waarbij het eigen volk en de eigen staat centraal staan. Ieder land staat voor zichzelf en de eigen burgers, en de mensen in een land staan voor het land waar zij in wonen. Dit kan in de politiek leiden tot fenomenen zoals bijvoorbeeld Brexit.
Het nationalisme heeft verschillende gradaties. Bijvoorbeeld het patriotisme – ook wel vaderlandsliefde – waarbij mensen veel waarde hechten aan hun vlag en volkslied bij bijvoorbeeld het WK. Maar ook het chauvinisme; waarbij mensen de eigen taal, het volk en het land als ‘superieur’ zien tegenover andere landen. Dit laatste wordt vooral gezien als een extreme en schadelijke vorm van het nationalisme.
Bij het chauvinisme is geen kritiek op het eigen land mogelijk en ontstaat een enorm blinde vlek. Ook kan het een voedingsbodem worden voor racisme, xenofobie en antisemitisme. Een andere naam voor deze vorm van nationalisme is radicaal nationalisme. Deze vorm van het nationalisme leidde in 1930 in Duitsland tot het nazisme. Het woord ‘nationalisme’ kreeg hierdoor in Europa een slechte reputatie en werd door politici eigenlijk niet meer gebruikt. Maar dat is tegenwoordig niet meer zo. Zo noemde Donald Trump zichzelf in 2018 expliciet en trots een nationalist, en wordt het woord in de 21e eeuw weer vaker gebruikt door rechtse en extreem-rechtse stemmers.
De meest extreme vorm van het nationalisme is het fascisme.
Rechtse ideologieën: Fascisme
Volgens Robert Paxton, emeritus professor en auteur van The Anatomy of Fascism (2005), is het fascisme “een vorm van politiek gedrag die zich uit in een obsessieve fixatie op het verval, de vernedering of het slachtofferschap van het volk. Dit gaat gepaard met compenserende idealen van nationale eenheid, kracht en zuiverheid.” Hij voegt hieraan toe dat “een massabeweging van fanatieke nationalistische aanhangers daarbij, vaak in samenwerking met traditionele machthebbers, [werkt] aan het afschaffen van democratische vrijheden. Ze streven zonder morele of juridische grenzen, naar interne zuivering en externe uitbreiding.”
De insteek is simpel: het terugbrengen van een land naar een tijd waar ‘alles beter was’; naar hoe het land ‘hoort’ te zijn. Het fascisme is anti-democratisch, anti-communistisch, anti-intellectueel en gelooft in één leider of dictator die de complete macht heeft in het land – ondersteund door een kleine groep leiders of adviseurs. Iedereen in de samenleving heeft een vaste plek, en discipline en gehoorzaamheid zijn belangrijk.
Vrijheid van burgers wordt ingeperkt en het veroveren van andere landen of het uitsluiten en overheersen van ‘mindere volken’ is gerechtvaardigd omdat fascisten geloven in hun eigen superioriteit. Propaganda wordt groots ingezet en de ’trots’ van het volk wordt gebruikt om mensen aan de kant van het fascisme te krijgen. Er wordt vaak gesproken over een beter verleden, er wordt gelogen, en er worden beloftes gedaan die niet waargemaakt kunnen worden.
Het fascisme gaat eigenlijk altijd in tegen mensenrechten en leidt vrijwel altijd tot geweld, het afbreken van de democratie en het buitensluiten van mensen. Daarin verschilt het van het ‘gewone’ nationalisme.
Conclusie over ideologieën
Dit was een kleine greep (en beperkte uitleg) uit de politieke ideologieën en systemen die we in Nederland kennen. Belangrijk om aan het einde nog te benoemen: het gaat in dit geval alleen maar om labels. Dat betekent niet dat iemand de ideeën binnen een ideologie honderd procent aanhangt of hoeft aan te hangen. Iemand die rechts is hoeft niet alleen rechts te doen en iemand die progressief is kan overtuigingen hebben die juist meer conservatief zijn.
Daarnaast veranderen woorden constant van betekenis en veranderd ook de lading of de waarde die aan een bepaald woord vasthangt. En dat zal ook altijd blijven veranderen. Maar met deze korte uitleg hebben we je hopelijk een beter idee gegeven van de begrippen en labels die er zijn.
En kun jij zelf kiezen wat wel of niet bij je past.
DIT IS FRIEQUE
FRIEQUE is een nieuw platform, magazine en community voor iedereen die trots is anders te zijn. We geven niet om clout: wij doen wat we doen omdat het juist is en omdat we de wereld een stukje beter willen maken.
Laatste Nieuws
- 00Days
- 00Hours
- 00Minutes
- 00Seconds