*** MIS HET NIET *** MIS het niet​
*** MIS HET NIET *** MIS het niet​

Paradox van tolerantie: waarom tolerantie niet geldt voor haat

De paradox van tolerantie laat zien dat tolerantie voor haat grote gevolgen heeft. Tolerantie kan namelijk niet bestaan als intolerantie vrij spel krijgt.

“Tot zover de tolerantie van links” – een uitspraak die je hoort als bepaalde ‘meningen’ schadelijk genoemd worden. Wat ze daarmee bedoelen is dat links niet echt tolerant is zolang ze niet 100% achter de vrijheid van meningsuiting staan. En dus alle vormen van haat en intolerantie zouden moeten accepteren om te voldoen aan het tolerante ‘imago’ waar links graag bekend om wil staan.

 

Hiermee wordt gezegd dat tolerantie geen grenzen hoort te kennen en dat er dus volledige acceptatie van alles en iedereen moet zijn – ook bijvoorbeeld nazis en fascisten.

 

Maar de paradox van tolerantie van de filosoof Karl Popper laat zien dat dat juist averechts werkt. Tolerantie richting de intoleranten zorgt er volgens Popper namelijk voor dat tolerantie uiteindelijk helemaal verdwijnt. 

Wat is de paradox van tolerantie?

De paradox van tolerantie is filosofisch concept dat in 1945 benoemd werd door deze wetenschapsfilosoof. Hij schreef hierover in zijn boek ‘De Open Samenleving en Haar Vijanden‘.

 

Het boek was een waarschuwing aan alle samenlevingen die zichzelf ‘democratieën’ noemden, geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Popper schreef in zijn boek over hoe de westerse manier van denken aantrekkelijk was voor aanhangers van totalitaire ideologieën zoals het nazisme en het fascisme.

 

De paradox van tolerantie werd door Popper op de volgende manier uitgelegd: “onbeperkte tolerantie moet leiden tot het verdwijnen van tolerantie. Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intoleranten, dan zullen de toleranten te gronde gaan, en de tolerantie met hen.”

 

Kortom: wanneer we tolerant zijn richting intolerante mensen en hen vrij baan geven, dan kunnen ze ervoor zorgen dat tolerantie in de samenleving compleet verdwijnt.

 

In deze cartoon wordt de paradox van tolerantie overzichtelijk en makkelijk uitgelegd:  

Cartoon waarin de paradox van intolerantie uitgelegd wordt aan de hand van het nazisme: wanneer we tolerant zijn richting hitler, vernietigd hij de toleranten en daarmee tolerantie.

Tolerantie en de democratie

In onze democratie staat de vrijheid van meningsuiting hoog op het lijstje van rechten die beschermd moeten worden. En veel van de mensen die dat recht willen gebruiken voor intolerantie vinden, dat het recht op vrijheid van meningsuiting ook onbegrensd moet zijn: iedereen moet altijd kunnen zeggen wat hij wil, wanneer hij dit wil.

 

Popper was het hier niet mee eens. Hij pleitte voor het criminaliseren van bepaalde meningen en ideeën die juist de vrijheid van anderen en de democratie zelf in gevaar brengen. “We moeten stellen dat elke beweging die intolerantie predikt, zichzelf buiten de wet stelt, en we moeten het aanzetten tot intolerantie en vervolging als crimineel beschouwen, net zoals we het aanzetten tot moord, kidnapping of terugkeer van de slavenhandel als crimineel moeten beschouwen”, schreef hij in zijn boek.

 

Popper zegt niet dat alle intolerante meningen en ideeën altijd maar uit het politieke debat verwijderd moeten worden: “zolang we die met rationele argumenten kunnen bestrijden en ze met behulp van de publieke opinie onder controle kunnen houden, zou verbieden zeker onverstandig zijn. Maar we moeten wel het recht opeisen ze te verbieden”.

 

Hij legt dus wel grenzen aan de vrijheid van meningsuiting: politici, influencers en andere burgers die misbruik maken van de democratie om diezelfde democratie kapot te maken, zouden niet getolereerd moeten worden.

 

Want wanneer we hen wél tolereren – en dus hun gang laten gaan – wordt onze eigen obsessie met democratie de ondergang van diezelfde democratie.

 

Volgens Popper kan tolerantie in een democratie dus niet ongelimiteerd bestaan naast intolerantie: de een betekent uiteindelijk het einde van de ander.

misbruik van Paradox van tolerantie

De paradox van tolerantie wordt ook misbruikt voor intolerante opvattingen: we zouden we de islam niet in Nederland kunnen accepteren omdat het een “intolerante” religie zou zijn. Zo kan de paradox van tolerantie gebruikt worden om bepaalde minderheidsgroepen te dwingen zich ‘aan te passen’.


Hierin ligt dan ook een van de moeilijkheden van de paradox van tolerantie: hoe tolerant is het om mensen te dwingen hun gewoontes en ideeën aan te passen in de naam van ’tolerantie’? En hoe tolerant is het om dat juist niet te doen?


Dit komt bijvoorbeeld naar voren in gesprekken over hijabs en vrouwenrechten: in de Nederlandse maatschappij zijn we tegen de onderdrukking van vrouwen en daarom mag, zo zeggen verschillende mensen, een hijab niet getolereerd worden. Maar we zijn ook voor keuzevrijheid van vrouwen. En feit blijft dat veel moslim vrouwen zelf kiezen voor het dragen van een hijab.


Net zoals veel christelijke vrouwen ervoor kiezen voornamelijk rokken te dragen, of een kruisje om hun nek.


Dit is waar de filosofie van Popper van toepassing is: in het maatschappelijke debat mag intolerantie bestaan om op redelijke wijze te praten over bepaalde onderwerpen en hier afspraken over te maken. Maar wanneer er geen enkele vorm van rationele discussie mogelijk is en dit juist vermeden wordt, dan zou de tolerantie richting deze ideologieën ook op moeten houden.


Popper schrijft over de verspreiders van intolerantie: “zij kunnen hun volgelingen verbieden naar rationele argumenten te luisteren omdat die misleidend zouden zijn, en hun leren argumenten te beantwoorden met de vuist of met vuurwapens.”


Dat is het punt waarop intolerantie een gevaar voor de democratie wordt.

Tolerantie en grenzen stellen

Het cordon sanitair is de filosofie van Popper in actie: aandacht voor de weerbare democratie om te zorgen dat die altijd beschermd blijft door uitspraken en ideologieën die diezelfde democratie proberen te ondermijnen, geen podium te geven.

 

Zo’n cordon sanitair is actief in Wallonië – in zowel de politiek als in de mediaDemocratische partijen werken daar helemaal niet samen met ondemocratische partijen. Deze partijen worden dus letterlijk uitgesloten om de democratie te beschermen.

 

Maar ook talkshows en verkiezingsdebatten bieden geen platform voor deze partijen. De onderwerpen waar deze partijen voor staan worden wel besproken, en de kiezers dus tot op bepaalde hoogte gehoord, maar de politici krijgen geen mogelijkheid om hun extreme en hatelijke ideologieën te verkondigen en daarmee dus de democratie kapot te maken.

 

Eerder hadden wij dit soort grenzen in Nederland ook. Niet in de vorm van het cordon sanitair, maar wel in de vorm van gesprekken over de ‘weerbare democratie’ (een democratie die zo opgezet is dat hij zichzelf kan beschermen tegen ondermijning). Bijvoorbeeld in de tijd van Hans Janmaat; een fanatieke anti-vluchteling politicus; de Wilders van toen, dus.

 

Maar die grenzen kunnen duidelijker vastgelegd worden.

 

Zo is in Charleroi het antifascisme bijvoorbeeld zelfs opgenomen in de regelgeving: “met alle wettelijke middelen voorkomen van de verspreiding van uitspraken die aanzetten tot haat, racisme, antisemitisme, seksisme, discriminatie op grond van seksuele geaardheid”.

Nederland en tolerantie voor intolerantie

Voor dit soort maatregelen is het in Nederland op dit moment te laat; extreem-rechts is in onze samenleving al teveel genormaliseerd.

 

Volgens politicoloog Léonie de Jonge ligt de oplossing voor nu op het overbrengen van het belang van de democratie. Ze vertelt De Groene Amsterdammer: “Je moet de onafhankelijke rechtspraak en vrije pers koesteren. Het zijn geen vanzelfsprekende instituties die zichzelf wel in stand houden.”

 

Hierin zijn bijvoorbeeld protesten heel belangrijk; zij trekken een denkbeeldige grens door als volk een boodschap uit te dragen: “wij doen hier niet aan mee”.

 

Maar ook de media speelt een belangrijke rol in het stoppen van intolerantie. Media moet dan ook, volgens Léonie de Jonge, zorgen dat er een duidelijke redactionele grens getrokken wordt met betrekking tot wat wel of niet geplaatst of gedaan wordt.

 

Ze vertelt De Groene: “Door hier niet expliciet over te praten, geef je uiterst rechts de sleutel in handen … Media zijn veel meer dan een doorgeefluik. Ze zijn de waakhond van de democratie.”

Image by: Freepik

Source: Sociale Vraagstukken, De Groene Amsterdammer, Het Parool, Universiteit Utrecht, The Brussels Times

Mis het niet – join FRieque
The party starts soon...
  • 00Days
  • 00Hours
  • 00Minutes
  • 00Seconds
Ontvang het laatste nieuws
Contact
Voor iedereen die trots is anders te zijn