Homofobie en transfobie: waarom heet het een 'fobie'?
"Maar ik ben niet bang voor ze" – een uitspraak die vaak gedaan wordt wanneer mensen beschuldigd worden van homofobie, transfobie en vetfobie. Maar hoe zit dat precies?
Trigger warning: voorbeelden van homofobie, transfobie, vetfobie, Islamofobie, xenofobie
We kennen allemaal de klassieke betekenis van het woord ‘fobie’ wel: angst. Zo hebben sommige mensen een angst voor spinnen (arachnofobie), anderen voor openbare ruimtes (agorafobie) en zijn sommige mensen bang voor bijvoorbeeld clowns (coulrofobie). Er staan meer dan 500 verschillende fobieën op de lijst van bekende fobieën – sommige veel voorkomend en sommige zeldzaam.
Maar hoe zit dat dan met woorden als ‘homofobie’ en ‘transfobie‘? Want is een homofoob nu echt bang voor mensen die gay zijn? Raakt een transfoob helemaal in paniek als hij oog in oog komt te staan met iemand die trans is? En durft een vetfoob niet in de buurt te komen van iemand die dik is?
We weten allemaal dat dat – over het algemeen – niet is hoe mensen reageren op andere mensen. Waarom heet het dan toch een ‘fobie’? Gaan wij je uitleggen. En we bieden je een alternatief wat het fenomeen misschien nog beter beschrijft – en waarmee je die dooddoener van ‘ik ben niet bang voor ze’ omzeilt.
Homofobie en transfobie: wat is de fobie?
Een fobie is een angst voor bepaalde voorwerpen, situaties of mensen. Het gaat altijd om een irrationele en onrealistische angst die veel groter is dan hij zou moeten zijn.
Zo zijn de meeste spinnen helemaal niet gevaarlijk en doen ze – al helemaal in Nederland – helemaal niks. Hetzelfde geldt voor een agorafobie, coulrofobie of elke andere fobie van de lijst. De angst die iemand voelt is helemaal niet in proportie met het daadwerkelijke voorwerp, fenomeen of de persoon waar diegene bang voor is.
Bij een echte fobie is er dan ook sprake van een belemmering in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld wanneer iemand niet meer naar buiten durft, een bepaald gebouw niet in wil omdat er een spin voor de deur hangt of niet met zijn kinderen naar het theater gaat uit angst voor de aanwezigheid van clowns.
Maar dat is niet hoe homofobie, transfobie, vetfobie, Islamofobie, xenofobie – en ga zo maar door – werken. Al zijn de gevoelens die mensen hebben over deze groepen wel onlogisch, gebaseerd op vooroordelen en aannames, en irrationeel.
Maar het grootste verschil met de klassieke fobieën is dat het bij de gemiddelde Nederlander vaak niet gaat om een echte angst. Het is geen vorm van vrees waarbij je last krijgt van hardkloppingen, temperatuurveranderingen en een algemeen gevoel van onveiligheid.
Daarnaast zijn al deze fobieën vaak alleen een belemmering voor de mensen die hierdoor geraakt worden.
Geen angst maar afkeer en afschuw
Waarom heet het dan toch een ‘fobie’? Het woord ‘fobie’ heeft nog een andere betekenis. Namelijk een extreme afkeer van een voorwerp, situatie of persoon. En dat is precies wat speelt bij alle fobieën voor bepaalde groepen mensen.
Zo gaat homofobie niet per se om een angst voor mensen die gay zijn, maar om vooroordelen en haat die voortkomen uit die afkeer. Veel homofoben vinden mensen die homo zijn bijvoorbeeld ‘vies’ en willen niet dat “die levensstijl hen opgedrongen wordt”.
Hetzelfde geldt voor transfoben. Zij noemen trans mensen ‘mentaal ziek’ en stellen dat ze “ver bij de kinderen uit de buurt moeten blijven”. En ook vetfobie is geworteld in afkeer en afschuw. Zo zijn dikke mensen ‘lui’, worden ze ‘moddervet’ of ‘varkens’ genoemd, en is het simpele bestaan van een dik mens een “promotie van obesitas”.
En dit soort fobieën resulteren altijd in discriminatie tegen deze groepen. Zo worden mensen die gay zijn nog altijd op straat nageroepen en zijn LHBTQIA’ers vaker het slachtoffer van geweld. Ook hebben dikke mensen nog altijd te maken met de vetbelasting die hun leven duurder maakt en worden niet-witte Nederlanders vaker gecontroleerd door de politie.
Maar dit soort fobieën beïnvloeden ook de politiek.
Zo kenden we in Nederland de transgenderwet die tot 2014 stelde dat trans mensen zich moesten laten opereren en steriliseren om hun gender aan te laten passen, en hebben partijen zaken als het homohuwelijk (SGP), hormoonbehandeling voor trans jongeren (FVD) en de Islam (PVV) in hun partijplannen staan.
Hoe deze fobieën in angst worden veranderd
Hoewel het dus niet om een echte ‘fobie’ gaat, wordt de identiteit van mensen wel gebruikt om angst te zaaien. Er zijn dus zeker mensen die argumenten gebruiken om andere mensen een irrationele angst aan te praten die alleen maar gebaseerd is op hatelijke ideeën en stereotypen.
Bijvoorbeeld het standaard ‘grapje’ dat je gay mannen je rug niet toe moet keren. Waarin gesuggereerd wordt dat gay mannen seks-crazed monsters zijn die andere mannen verkrachten als ze de kans zouden krijgen. Of dat ze geen kind zouden mogen adopteren omdat ze allemaal ‘pedo’s’ zijn. Maar onder voornamelijk mannen heerst ook de angst om zelf als gay gezien te worden als je je op een bepaalde manier gedraagt of kleed.
Of het bekende verhaal dat in Amerika gebruikt werd om de verkiezing te winnen: namelijk de fearmongering als het gaat om trans vrouwen in openbare toiletten. Want die mensen komen daar alleen maar om vrouwen aan te randen en lastig te vallen.
En het idee dat kinderen naar school zouden gaan om daar dan ‘getranst’ te worden door genderbevestigende operaties te krijgen van hun trans docenten. Dit zijn allemaal argumenten waarbij er wel een bepaalde angst bestaat over de LHBTQIA+-gemeenschap en wat zij iemand aan zouden kunnen doen of wat het over jóú zegt als je je met hen associeert.
Eenzelfde techniek van angstzaaien wordt gebruikt bij bijvoorbeeld Islamofobie: dat zijn volgens deze mensen namelijk allemaal terroristen die je elk moment kunnen vermoorden.
Bij vetfobie? Dan zijn mensen vooral heel bang om zélf ook dik te worden. En wat zegt het over hen als ze zich *gasp* aangetrókken voelen tot iemand die dik is?
Waarom zijn mensen 'bang'?
Mensen lijken, als het gaat om homofobie, transfobie, en de andere vormen van haat voor groepen mensen, dus wel tot op zekere hoogte bang te zijn. En dan voornamelijk bang voor de invloed die deze groepen mensen kunnen hebben op hen.
Of het nu gaat om sociale uitsluiting, de angst om dood te gaan, zorgen over kinderen of een existentiële crisis over de eigen identiteit en seksualiteit; sommige mensen laten zich in hun beoordeling van verschillende groepen mensen leiden door angst.
Mensen zijn dan ook niet zozeer bang voor mensen maar lijken bang te zijn voor het onbekende. Uit een onderzoek bleek bijvoorbeeld dat 74% van de mensen die tegen transgender “ideologie” zijn, zelf geen enkel trans persoon kennen.
En veel mensen rekenen de ‘homo die ze kennen’ of die ‘aardige Moslim buurman’ nooit mee als ze homofobe of Islamofobe opmerkingen maken. Die angst voor het onbekende is ook precies wat stereotypes voedt.
Transfobie en homofobie komen van stereotypes
Omdat we bang zijn voor het onbekende en graag willen weten wat we kunnen verwachten, gooien we mensen met bepaalde kenmerken op een hoop om zo te kunnen zeggen: ‘ik weet hoe die zich gaat gedragen en ik weet hoe ik daarmee om moet gaan’.
En dat kan bijvoorbeeld zorgen voor xenofobie (“alle buitenlanders doen…”) en Islamofobie (“alle moslims willen…”).
Dit soort angstideeën en stereotypen worden door politici en andere mensen misbruikt omdat ze weten dat het werkt.
De president van een van de machtigste landen ter wereld zei ooit: “echte macht is angst”. En het was die president die in 2024 de verkiezingen in Amerika won met een campagne die ook compleet gebouwd was op angst. Angst voor transgender mensen, angst voor immigranten, angst voor vrouwen – angst voor alles wat niet het witte Amerikaanse traditionele gezin was.
Maar ook in Nederland werkt angst. Want in 2023 won de PVV de verkiezingen met een programma wat bestond uit angst voor de Islam, angst voor buitenlanders en angst voor het verlies van ’tradities’.
van Homofobie en transfobie naar -misia
Hoewel het woord ‘angst’ dus in veel gevallen wel terecht is, blijft het woord ‘fobie’ een beetje een dooddoener.
Niet alleen omdat het woord eigenlijk alleen gebruikt zou moeten woorden bij de echte fobieën, maar ook omdat de mensen die bepaalde -fobe uitspraken doen weten vaak zelf niet dat hun gevoelens voortkomen uit angst. De eerste reactie is dan ook altijd “ik ben niet homofoob, ik ben niet bang voor homo’s”.
Daarom is er inmiddels een alternatief bedacht om te zorgen dat mensen, bij het aankaarten van bijvoorbeeld homofobe uitspraken, niet direct afgekapt worden.
Namelijk -misia. Dit komt van het Grieks woord ‘mîsos’, wat haat betekent. Transmisia is dus letterlijk een haat voor trans mensen. Misia kan toegevoegd worden aan alle woorden die eindigen op -fobie om zo duidelijk te zijn over betekenis.
Bijvoorbeeld Islamomisia, homomisia, vetmisia, enzovoorts. En dat helpt ook om het onderscheid te houden tussen haat en echte gediagnosticeerde fobieën.
Want haat is een keuze. Geen mentale stoornis waar de persoon zelf niets aan kan doen.
DIT IS FRIEQUE
FRIEQUE is een nieuw platform, magazine en community voor iedereen die trots is anders te zijn. We geven niet om clout: wij doen wat we doen omdat het juist is en omdat we de wereld een stukje beter willen maken.
Check this out
- 00Days
- 00Hours
- 00Minutes
- 00Seconds