*** MIS HET NIET *** MIS het niet​
*** MIS HET NIET *** MIS het niet​

Ongelijk hebben: waarom is het zo moeilijk om dat toe te geven?

We weten allemaal dat we wel eens fout zitten. En toch vinden we het moeilijk om toe te geven als we ongelijk hebben. Waarom is dat lastig? En wat gebeurd er als we volhouden?

Het overkomt de beste: je bent verwikkeld in een flinke discussie en jij weet zeker dat je gelijk hebt, om er vervolgens met behulp van Google achter te komen dat je het toch misschien niet helemaal bij het rechte eind had. En nu dan? Hakken in het zand, natuurlijk. Want wat jij gelooft moet wel de waarheid zijn. Toch?

Wij mensen lijken het soms echt heel lastig te vinden om toe te geven dat we ongelijk hebben. Dit kan verklaard worden aan de hand van een theorie die zijn oorsprong vindt in 1957, toen Leon Festinger, een Amerikaanse sociaal psycholoog, zijn boek A Theory of Cognitive Dissonance publiceerde. Festinger legt in dit boek zijn cognitieve dissonantietheorie uit, waarin hij beschrijft dat de mens een innerlijke behoefte heeft aan consistentie in zijn overtuigingen.

En dat betekent dat we door flink wat hoepels springen om te zorgen dat we onze overtuigingen niet hoeven te veranderen – ook als dat betekent dat we de waarheid een beetje moeten verdraaien.

Ongelijk hebben: cognitieve dissonantietheorie

Cognitieve dissonantie is de wrijving die ontstaat wanneer onze eigen overtuigingen niet overeenkomen met nieuwe informatie die onze hersenen ontvangen. Of met het gedrag dat iemand vertoont. Volgens Festinger triggert deze wrijving een verlangen naar consistentie, of harmonie, in de eigen overtuigingen.

En dat betekent dat mensen de eigen overtuigingen moeten veranderen, aanpassen, of andere manieren moeten zoeken om deze dissonantie op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door het bagatelliseren van de eigen overtuigingen óf van de nieuwe informatie.


Zo zijn er maar weinig rokers die niet weten dat roken slecht is voor hun gezondheid. En toch blijven veel mensen roken. Vaak met de boodschap: “we gaan allemaal een keer dood”. Of het wordt op het verslavende karakter van nicotine gegooid: “ik wil wel, maar kom er toch nooit vanaf”.

Beide uitspraken zijn voorbeelden van het reduceren van cognitieve dissonantie: mensen proberen de eigen verantwoordelijkheid of de ernst van de zaak kleiner te maken om zo voor mentale rust te zorgen.

Want als het niet aan jou ligt, hoef je er niets mee.

verminderen van dissonantie bij ongelijk hebben

Een andere bekende manier om cognitieve dissonantie te verminderen is door vooral op zoek te gaan naar informatie die bevestigt wat jij al wist. Die ene website die verkondigt dat de aarde plat is en dat autisme wel degelijk veroorzaakt wordt door vaccins.

Het internet heeft voor elke overtuiging wel een website klaar die je standpunt ondersteunt. Of een Facebook-bericht – voor de mensen die graag hun eigen “onderzoek” doen. En wanneer je bevestiging vindt voor de ideeën die je er op nahoudt, kan het niet zo zijn dat je het mis hebt.


Althans, dat is wat we volgens de cognitieve dissonantietheorie geloven. Als andere mensen het denken – of als het internet het zegt – dan moet het wel waar zijn.

Het bevestigen van de eigen ideeën en overtuigingen hoeft niet alleen gedaan te worden door informatie te zoeken die je standpunt ondersteunt. Het kan ook gedaan worden op andere manieren.

Bijvoorbeeld door anderen juist te overtuigen van je eigen mening om zo zelf bevestiging te creëeren. Of door bij het luisteren naar tegenstrijdige standpunten alleen te horen wat je wilt horen.

Een andere veelgebruikte tactiek is het bespotten van de informatie – óf juist de informatieverstrekker. Want als de persoon die je confronteert met feiten een ‘lelijk varken’ is, dan hoef je natuurlijk niet naar haar te luisteren.

Niet iedereen kan ongelijk toegeven

Het vraagt veel van de menselijke psyche om van mening te veranderen en toe te geven dat we het mis hadden. Onze hersenen zijn ingesteld op overleven. En dat betekent dat onze hersenen altijd de zekerheid van stabiliteit zullen verkiezen boven de onzekerheid van ongelijk hebben. Want onzekerheid kan altijd gevaar betekenen.

Dat is waarom we zo graag in onze veilige comfortzone blijven hangen. Want wanneer we altijd hetzelfde doen, vinden, of zijn, hoeven we nooit het gevaar van het onbekende op te zoeken. En kunnen we lekker in onze eigen bubbel blijven leven.

Dat klinkt over het algemeen onschuldig; die discussie tussen broers tijdens de familiebarbecue zal vast geen grote gevolgen hebben voor de wereld. Maar hoewel het niet toe kunnen geven van het eigen ongelijk vooral frustrerend is voor de ander, kan het ook grotere vormen aannemen.

Vormen waarbij we als mensen keuzes proberen goed te praten die voor de objectieve buitenstaander niet goed te praten zijn.

gevolgen van niet toegeven bij Ongelijk hebben

Cognitieve dissonantie zou namelijk een rol spelen in de grootste gruwelen van de menselijke geschiedenis: de holocaust, het slavernij-verleden; voorbeelden waarbij mensen die altijd geleerd hebben dat ‘gij zult niet doden’ een regel is om na te leven, toch aan het moorden slaan en onethische keuzes maken.

Deze keuzes gaan samen met een flinke portie cognitieve wrijving die vervolgens gladgestreken moet worden.

Als het eigen leven ook op het spel staat is de keuze, als er ook nog sprake is van een overduidelijke bad guy die wordt aangewezen door een machtsfiguur, nog makkelijker gemaakt. Want een moord op een onschuldige Joodse onderduiker is voor de moordenaar pas goed te praten wanneer deze onschuldige onderduiker onderdeel uitmaakt van een volk dat als ‘gevaarlijk’ bestempeld wordt.

Ontmenselijking zorgt ervoor dat de mensen die vroeger verschrikkelijke dingen deden zich toch beter voelden over de gruwelijke daden die zij verrichten. Immers: het is geen moord als het gaat om iemand die neergezet wordt als een gevaarlijk beest.

Dan ben je een held die de bevolking beschermd. 

Ongelijk hebben maakt je juist een beter mens

Er zijn weinig mensen die slechte dingen doen omdat zij slecht willen zijn. Sommige dictators handelen zelfs vanuit een ideologie die hen een gevoel van rechtvaardiging geeft met betrekking tot de extreme ideeën die ze erop nahouden. Ideeën die zeker objectief kwaadaardig te noemen zijn.

Soms geloven dit soort mensen bijvoorbeeld juist dat ze iets doen wat de wereld verder zou kunnen helpen. Of dat ze helden zijn omdat ze een ‘plaag’ uitroeien, handelen naar de wil van een god, of een ‘superieur ras’ beschermen.

 

Het verlangen om ons eigen idee van ‘een goed mens’ te worden, kennen we allemaal. En hoewel we niet allemaal bereid zijn om zo ver van het rechte pad af te wijken om onze eigen versie van een ‘goed mens’ te worden, zorgt ons ego er wel voor dat we beschermd blijven tegen twijfel en kritiek – tegen  het idee dat we geen ‘goed’ mens zouden zijn.

 

De cognitieve dissonantietheorie is een voorbeeld van hoe onze hersenen ons in bescherming nemen door de schuld te verschuiven zodat we ons zelfbeeld van het ‘goede mens’ behouden. Het is een automatische reactie op een onzekere situatie; iedereen doet het.

 

Maar daarom is het belangrijk om de eigen normen en waarden naast het eigen gedrag te leggen en kijken waar cognitieve dissonantie kan zorgen voor een vertekend beeld van de werkelijkheid.

 

Want als je niet oppast zorgt dat vertekende beeld ervoor dat je opeens aan de kant van de nazi’s staat naast een knul die Sieg Heilt met een prinsenvlag om zijn nek.

Image by: Freepik

Mis het niet – join FRieque
The party starts soon...
  • 00Days
  • 00Hours
  • 00Minutes
  • 00Seconds
Ontvang het laatste nieuws
Contact
Voor iedereen die trots is anders te zijn