*** MIS HET NIET *** MIS het niet​
*** MIS HET NIET *** MIS het niet​

Geweld tegen vrouwen: waarom 'het zijn altijd buitenlanders' niet klopt

Geweld tegen vrouwen wordt door politiek rechts constant neergezet als een 'migratieprobleem'. Maar dat is – zoals vrouwen allang weten – feitelijk onjuist.

Trigger warning: verkrachting, seksueel geweld

“Waarom durft niemand te benoemen dat we geen mannenprobleem hebben maar een immigratieprobleem.” Dat schreef Geert Wilders in augustus 2025 op social media met daarbij een grafiek die liet zien dat het aantal seksuele misdrijven onder de verschillende groepen migranten veel hoger ligt dan voor ‘allochtone’ Nederlanders.

 

Daarmee proberen mensen zoals Geert Wilders te zeggen dat de daders van seksueel geweld of femicide voornamelijk asielzoekers zijn. Maar dat klopt helemaal niet.

 

De grafiek die hierin wordt aangehaald, die van Dr. Jan van de Beek, is ook niet een grafiek die terecht klakkeloos aangehaald mag worden om dat argument te maken. Hij schetst namelijk een vertekend beeld van de daadwerkelijke situatie en bagatelliseert het probleem waar vrouwen al jaren over praten: dat het wél een mannenprobleem is.

 

Dat witte Nederlandse mannen ook schuldig zijn. Dat de komst van asielzoekers niet 1 op 1 betekent dat vrouwen onveiliger zijn.

 

Maar vooral dat het sluiten van de grenzen niet betekent dat vrouwen opeens wél veilig zijn.

Geweld tegen vrouwen in beeld gebracht

Je hebt hem misschien wel gezien; de grafiek die het hele internet over vliegt om het punt te maken dat asielzoekers en migranten uit Nederland geweerd moeten worden. De grafiek komt uit het boek ‘Migratiemagneet‘ van Jan van de Beek, wiskundige en cultureel antropoloog die veel onderzoek gedaan heeft naar menselijke migratie.

 

En de grafiek zet uiteen hoe de daders van seksuele misdrijven verdeeld zijn over de hele bevolking.

 

Het gaat om deze grafiek:

Grafiek waarin het aantal seksuele misdrijven per 10.000 mannen wordt weergegeven verdeeld over zes nationaliteiten van "typische asielherkomstlanden" en autochtonen. De grafiek toont dat die aantallen hoger liggen dan voor autochtonen.
Grafiek Dr. Jan van de Beek uit 'Migratiemagneet'

Het eerste probleem met deze grafiek is dat hij heel veel context mist. Context die waarschijnlijk in het boek van Jan van de Beek te vinden is, maar die niet gegeven wordt wanneer hij als ‘gotcha‘ gebruikt wordt in het maatschappelijke debat.

 

Zoals iedereen met een beetje verstand van statistiek weet: een grafiek op zich zegt vrij weinig.

 

Dat maakt de informatie in de grafiek niet feitelijk onjuist, maar het zorgt er wel voor dat iedereen de grafiek zelf kan interpreteren zoals die wil, en dat correlatie en causaliteit door elkaar heen gaan lopen. Of dat de grafiek gebruikt wordt om een punt te maken waar hij helemaal niet voor gebruikt kan worden.

 

En dat is nu dus ook wat gebeurt met deze grafiek.

geweld tegen vrouwen vertekend

Zo wordt hij nu gebruikt om te “bewijzen” dat de daders van seksueel geweld voornamelijk vluchtende of asielzoekende personen zijn. En dat vrouwen dus veel vaker het slachtoffer worden van seksueel geweld door deze groep. Terwijl dat niet is wat deze grafiek zegt.

 

Het gaat in deze grafiek om de hoeveelheid verdachten van een seksueel misdrijf per 10.000 mannen over een periode van 10 jaar. Deze grafiek laat bijvoorbeeld zien dat in deze periode, voor elke 10.000 mannen, 57 verdachten van Somalische afkomst waren.

 

Wordt dit tegenover het aantal “autochtone” verdachten gelegd, dan kom je over diezelfde periode op 2,8 verdachten per 10.000 mannen. Er zijn in die groep dus 20x meer verdachten dan in de groep “autochtone” mensen. En die oververtegenwoordiging geldt ook voor de andere groepen genoemd in de grafiek.

 

Onder de groep mensen met een migratie-achtergrond bevinden zich dus – volgens de grafiek – meer plegers van seksueel geweld.

 

Dat is het punt dat de grafiek, en Jan van de Beek, wil maken; mensen met een migratie-achtergrond worden, in verhouding tot de totale bevolkingsgrootte van die groep, vaker verdacht van seksuele misdrijven dan mensen zonder migratie-achtergrond. 

 

Maar het zegt niets over wie de daders van seksueel geweld over het algemeen zijn. En dat is wel het argument waar hij nu onterecht voor gebruikt wordt.

geweld tegen vrouwen vertekend

Om de claim te maken dat “buitenlanders” gevaarlijker zijn voor vrouwen, heb je meer factoren nodig dan alleen maar de cijfers die je in de grafiek terug ziet.

 

Bijvoorbeeld de kans dat een vrouw überhaupt een Somalische man tegenkomt. Al helemaal in de steden en dorpen waar deze mensen over het algemeen veel minder vaak wonen. Zo woonden in de provincie Drenthe in 2019 bijvoorbeeld maar 809 Somaliërs, tegenover de in totaal 506.529 inwoners.

 

Dit geldt voor alle mannen uit een van de landen die genoemd worden in de grafiek: er zijn veel minder.

 

Als een vrouw een Somalische man tegen zou komen, zou de kans op een seksueel misdrijf, volgens de oververtegenwoordiging die weergegeven wordt in deze grafiek, hoger liggen. En dat klinkt voor veel mensen eng. Maar die kans is voor veel vrouwen klein – al helemaal wanneer je je bedenkt dat de kans dat je een pleger van zo’n misdrijf tegenkomt nog kleiner is.

 

Het is namelijk alsnog minder dan 1% van de hele Somalische bevolking in Nederland.

 

En ja, dit staat tegenover een nog kleiner percentage van de hele mannelijke “autochtone” bevolking – een verwaarloosbaar getal. Maar de kans dat een vrouw in Nederland een “autochtone” man tegenkomt ligt wél hoger. Heel veel hoger. Of het nu gaat om werk, op school, in haar eigen huis – een vrouw staat op een dag in contact met heel veel mannen zonder migratie-achtergrond. Vooral vrouwen die niet in de Randstad wonen.

 

Maar dat contact met “autochtone” mannen is wat hen – volgens de cijfers die wél iets zeggen over de daadwerkelijke daders van seksueel geweld – juist minder veilig maakt.

De realiteit van geweld tegen vrouwen

De daders van seksueel geweld zijn in 85% van de gevallen – het overgrote deel, dus – een bekende van het slachtoffer. Bijvoorbeeld een goede vriend, een date, een collega, partner, ex-partner of medestudent. En bij femicide gaat het in 95% van de gevallen om een partner of ex-partner.

 

Dat zijn logischerwijs niet voornamelijk asielzoekende of vluchtende personen.

 

Daarnaast ligt het aantal slachtoffers van seksueel geweld veel hoger dan het aantal verdachten dat in deze grafiek is opgenomen. Zo registreerde het Centrum voor Seksueel Geweld in 2022 9.168 slachtoffers van seksueel geweld. In datzelfde jaar werden van de 58.951 mannen met een migratie-achtergrond, 150 verdacht van een seksueel misdrijf. Tegenover 1.460 “autochtone” mannen (cijfers van Van de Beek zelf die hij gebruikte voor zijn grafiek).

 

Zou je de groep slachtoffers vragen of zij het slachtoffer zijn geworden van een vluchtende-/asielzoekende man of van een “autochtone” man, dan ligt de hoeveelheid slachtoffers van de laatste groep dus hoger – los van die oververtegenwoordiging. 

 

En dan blijven er in 2022 alsnog meer dan 7.000 slachtoffers over waar helemaal geen verdachte voor wordt opgepakt – veelplegers en onbekende daders niet meegerekend. Plus het aantal misdrijven waar geen aangifte voor wordt gedaan. De identiteit van die duizenden plegers wordt nergens bijgehouden – terwijl de kans statistisch gezien groot is dat het “autochtone” mannen zijn.

 

En dan hebben we het nog niet gehad over het feit dat ‘verdacht’ niet hetzelfde is als ‘schuldig’. Al helemaal niet voor een groep die over het algemeen veel vaker ‘verdacht’ wordt: mensen met een migratie-achtergrond.

 

Maar dat zie je in de gesprekken waar de grafiek van Van de Beek voor gebruikt wordt, niet terug. En door die tunnelvisie wordt een groter probleem genegeerd.

Armoede en criminaliteit

De grootste voorspeller van criminaliteit is nog altijd sociaal-economische status. Onderzoek wijst uit dat wanneer er gekeken wordt naar sociaal-economische status en criminaliteit, het verschil tussen mensen met een migratie-achtergrond en zonder migratie-achtergrond niet heel veel verschilt.

 

Waarom criminaliteit dan toch veel voor lijkt te komen bij mensen met een migratie-achtergrond? Omdat de kans dat zij in een slechte sociaal-economische positie terecht komen gewoon veel hoger is. Deze mensen zijn over het algemeen alleenstaand, werkeloos en hebben een slechte woonsituatie – iets wat niet beter wordt door slecht asielbeleid.

 

Van alle personen in Nederland in een laag inkomen huishouden werd in 2017 3,4% van een misdrijf verdacht. En van een huishouden boven de lage-inkomensgrens was dat maar 0,7%. Hierbij ging het vooral om vermogensdelicten en geweldsdelicten.

 

Daarnaast verschilt de hoeveelheid criminaliteit in de groep asielzoekende personen ook onderling; de meeste asielzoekende personen vermijden criminaliteit juist omdat ze hun kans op asiel niet willen verspelen.

 

De meest voorkomende delicten gepleegd door deze groep zijn diefstal, fraude en inbraak. Toch wordt de grafiek van Van de Beek vaak gebruikt als argument dat asielzoekers vooral seksuele roofdieren zijn; alleen maar hier om Nederlandse (witte) vrouwen en meisjes te verkrachten. Dat is niet waar en voedt juist vooroordelen. 

 

Ook belangrijk mee te nemen is de leeftijd van de verdachten. Het is namelijk bekend dat jonge mannen onder de 30 over het algemeen het vaakst een misdrijf plegen – ook onder Nederlanders zonder migratie-achtergrond. Maar de meeste asielzoekende personen in Nederland zijn onder de 30.

 

Daardoor lijkt het automatisch alsof het “alle buitenlanders” zijn die delicten plegen. Deze oververtegenwoordiging – samen met sociaal-economische status – geeft een vertekend beeld en kan leiden tot vooroordelen en racisme

Geweld tegen vrouwen misbruikt door politiek

Het gaat in dit geval niet om de vraag of de grafiek van Van de Beek klopt. Maar om de manier waarop zijn grafiek misbruikt wordt voor het politieke debat.


Jan van de Beek wil dat het stigma over dit onderwerp verdwijnt en dat de ‘oververtegenwoordiging van asielmigranten bij seksuele misdrijven’ niet meer gebagatelliseerd wordt. Het probleem is alleen dat de grafiek nu gebruikt wordt voor extreem-rechtse spreekpunten. En dat betekent dat het gesprek over deze cijfers niet meer objectief is en niet meer volledig.


Het gaat niet over de achterliggende reden van deze cijfers – namelijk sociaal-economische status – en hoe we dat op kunnen lossen, maar het gaat over “alle buitenlanders”. Of “alleen maar buitenlanders”.


Er wordt niet geprobeerd de oplossing te zoeken in iets wat álle vrouwen (en mensen van alle genders) zou helpen. Namelijk het aanpakken van de sociaal-economische status van laag-inkomenhuishoudens (ook asielzoekende en vluchtende personen), én het aanpakken van misogynie en seksisme.


In plaats daarvan wordt de oplossing “sluit de grenzen” vaak benoemd.


Maar veel meer mensen zijn (of worden) het slachtoffer van een “autochtone” man – gewoon van binnen de grenzen, dus. Geweld tegen vrouwen wordt in de meeste gevallen gepleegd door een bekende – niet een asielzoekende of vluchtende persoon.


Feit blijft: de dader is niet “altijd een buitenlander”. En het is belangrijk om grafieken en cijfers niet te misbruiken voor racisme.

Image by: Freepik

Source: NPO Kennis, CBS, Centrum Seksueel Geweld, Pointer

Mis het niet – join FRieque
The party starts soon...
  • 00Days
  • 00Hours
  • 00Minutes
  • 00Seconds
Ontvang het laatste nieuws
Contact
Voor iedereen die trots is anders te zijn