*** MIS HET NIET *** MIS het niet​
*** MIS HET NIET *** MIS het niet​

Kledingmaten zijn onzin: dit is waarom je maat overal anders is

Vanity sizing, humility sizing... Met de opkomst van fast fashion werd kleding psychological warfare, verloren kledingmaten hun betekenis en wij ons zelfvertrouwen.

We praten in dit artikel over ‘vrouwenkleding’. Dit doen we omdat dat de woorden zijn die gebruikt worden door kledingfabrikanten, -winkels en -websites. Bij FRIEQUE geloven we dat kleding niet aan gender verbonden is. We bedoelen met het woord ‘vrouwenkleding’ dus geen specifieke kledingstukken.

Je kent het vast wel: ongelukkig in een kleedhokje omdat de broek die je uit het kledingrek getrokken hebt niet over je heupen past. Maar je bent al jaren een maat 44 – watskebeurt?

 

Met de opkomst van de body positivity en body neutrality bewegingen kwam er steeds meer aandacht voor de chaos die kledingmaten heet. Want waarom pas je in de ene winkel een maat 46, in de ander een maat 38 en in een ander land opeens in maat 50? Kledingmaten lijken per land, per winkel maar ook per kledingstuk te verschillen. En dat is compleet met opzet gedaan.

 

Wij leggen je uit waarom kledingmaten – vooral voor zogenoemde ‘vrouwenkleding’ – constant verschillen en waarom jij beter af bent als je niet let op dat labeltje in je nek of middel.

Kledingmaten en fast fashion

Om te begrijpen waarom kledingmaten zo’n hel zijn, is het goed om eerst te weten waar ons huidige “systeem” – voor zover je het een systeem kunt noemen – vandaan komt. Vroeger was kleding maken een heel langzaam proces. Mensen naaiden hun eigen kleding van wol – zelf geschoren of gekocht. 

 

Kleding wisselde dan ook niet zo snel als dat nu gebeurt; een bepaald kledingstuk ging lang mee en werd vaak alleen gewisseld voor iets wat beter paste bij het seizoen of omdat iemand er uit gegroeid was.

 

Als je meer geld had ging je ging naar een kleermaker die op bestelling een kledingstuk voor je in elkaar zette; volledig op maat gemaakt voor de persoon die het moest dragen. Kleding was dan ook duur en een behoorlijke investering. Vier keer per jaar 60 kledingstukken kopen werd dan ook niet gedaan, en de meeste mensen hadden een kleine kledingkast.

 

Dit veranderde allemaal tijdens de Industriële Revolutie toen de naaimachine uitgevonden werd. Dat is ook het moment dat kleding opeens in grote hoeveelheden geproduceerd kon worden. En in verschillende maten.

 

Kleding was niet meer alleen praktisch, maar ging ook om stijl draaien – en om geld. Dat is wanneer de eerste ‘sweatshops’ opkwamen; om te voldoen aan de steeds groter wordende vraag naar kleding.

 

Het was het einde van slow fashion en het begin van de kledingindustrie zoals we die nu kennen. 

Kledingmaten voor de 'gemiddelde vrouw'

Omdat de vraag naar kleding hoog lag en er dus snel geproduceerd moest worden, kon kleding niet meer op maat gemaakt worden. Er moest een systeem komen dat gebaseerd was op gemiddelden zodat iedereen diens eigen maat kon uitkiezen – zo uit een stapel gemaakte producten. 

 

‘Vrouwenkleding’ werd dan ook massaal geproduceerd op basis van een handjevol vrouwen. Deze vrouwen moesten een gemiddelde zijn; een representatie van de maatschappij. En voor ‘mannenkleding’ gold hetzelfde.

 

De maten van deze mensen werden opgenomen, verdeeld in de categorieën ‘lengte’, ‘borst’, ‘middel’ en ‘heup’,  en op basis daarvan werd een indeling gemaakt. Maar de groep waar deze maten op gebaseerd waren, was geen goede representatie van de hele samenleving. De vrouwen hadden een zandloper figuur en waren relatief dun – en ze waren allemaal wit. Verschillende lichaamstypen werden niet meegenomen in de berekeningen.

 

Het systeem van kledingmaten is door de tijd heen al veel veranderd. Een bekend voorbeeld is Marilyn Monroe; zij was vroeger een maatje 12 (nu ongeveer een maat 42) maar zou met het huidige systeem een maat 6 zijn (36).

 

En uiteindelijk werd het systeem helemaal de deur uit gegooid. 

de psychologie van kledingmaten

Want wat kledingwinkels het liefste willen, is dat we meer kleding van hún merk kopen. En dat doen ze door zich te richten op de eigen doelgroep van de winkel.

 

Elke kledingwinkel heeft een eigen doelgroep waar zij de kleding voor maken. En die doelgroep staat model voor de kleding die geproduceerd wordt. Het kledingsysteem van gemiddelden verschilt dus tegenwoordig letterlijk per winkel. Daarom kan een broek van bijvoorbeeld Zara in maat 40 opeens heel anders vallen dan een broek van Lucy & Yak in diezelfde maat. Maar dit kan ook verschillen per kledinglijn van een bepaalde fabrikant; als de doelgroep anders is, veranderd ook de maatvoering.

 

Kledingwinkels focussen zich op de lichaamstypen van de modellen die zij gebruiken in plaats van de lichaamstypen die daadwerkelijk voorkomen in de maatschappij. Dit soort verschillen worden nog groter wanneer het om een winkel gaat uit een ander land. In Spanje zijn vrouwen bijvoorbeeld kleiner dan in Nederland. Daarom zal kleding in een Spaanse winkel kleiner vallen.

 

Maar ook het huidige schoonheidsideaal zorgt ervoor dat kledingwinkels hun hele systeem omgooien; als er weer een nieuwe “lichaamstrend” (ew) verschijnt, dan zal een fabrikant zorgen dat de maten hierbij aansluiten.

 

De reden waarom een kledingfabrikant niet meer maten maakt? Dat zorgt voor meer verspilling en dus voor geldverlies. Daarom maken fabrikanten het pasbereik zo breed mogelijk met maar 5 verschillende maten.

 

Zoveel mogelijk mensen aankleden met zo weinig mogelijk kosten.

Manipulatie van kledingmaten

Een andere marketingtruc die het verschil in maten kan verklaren, is ‘vanity sizing‘. Dit is een techniek waarbij winkels de kledingmaten kleiner labelen dan ze eigenlijk zijn, om zo te zorgen dat mensen meer kleding kopen. Want passen in een kleine maat zorgt er, in een maatschappij die dunheid en afvallen prijst, voor dat mensen sneller geneigd zijn iets te kopen.


Kiki Niesten, eigenaar van twee kledingwinkels, vertelt Marie Claire: “Marketeers hebben ontdekt dat vrouwen het fijn vinden als er een kleine maat op het labeltje staat. Sterker nog: vrouwen zijn geneigd een kledingstuk te laten hangen als ze een grotere maat moeten pakken.”


Het tegenovergestelde hiervan is wat modepsycholoog Shakaila Forbes-Bell ‘humility sizing‘ noemt. Volgens psychologisch onderzoek is het namelijk ook niet waar dat mensen minder kopen als zij juist niet in hun normale maat passen. Wanneer de eigen maat opeens niet meer past, zijn mensen sneller geneigd om méér kledingstukken te kopen. Puur en alleen voor de dopamineboost die voor het vervelende gevoel moet compenseren.


Ging je de winkel in voor alleen een broek maar moet je opeens een grotere maat kopen? Dan is de kans groter dat je ook met wat nieuwe shirts de winkel uit komt.


Kortom: fabrikanten maken het maatsysteem met opzet een chaos zodat we blijven kopen. Yay, kapitalisme, I guess.

Hoe moet je met kledingmaten omgaan?

De conclusie? Kledingmaten zeggen letterlijk niks en zijn compleet willekeurig. De gemiddelde mens bestaat niet; de hoeveelheid verschillen in lichaamstypes – en daarmee maten – is zo groot dat het onmogelijk is om daar een nummer aan vast te plakken.

 

Een kledingmaat moet dan ook meer gezien worden als een richtlijn: normaal heb je bij een specifieke winkel ongeveer maat 50, dus pak je eerst het kledingstuk in die maat. Past dat niet, dan kun je op basis van die informatie verder zoeken.

 

Maar het kan ook enorm helpen om je eigen maten te kennen. Ga aan de slag met een meetlint en schrijf je afmetingen op. Die kun je dan bij veel winkels naast de ‘size guide’ leggen. Dat bespaart een hoop frustratie.

 

Heb je wel de financiële mogelijkheden? Dan bestaan er altijd nog kleermakers of fabrikanten die op maat kleding produceren. Veel beter voor je zelfvertrouwen – én voor het milieu.

 

De meest voor de hand liggende – en groene – oplossing zou zijn als fabrikanten toch gaan werken met een vast  matensysteem dat voor alle winkels geldt. Dan heb je minder last van verspilling en van CO2-uitstoot door het terugsturen van items die niet passen.

Heel je relatie met kledingmaten

Maar een belangrijke stap die wij als individuen kunnen zetten is om los te komen van de emotionele waarde die we vasthangen aan dat nummer op het label. En dat hangt samen met het uitpakken van vetfobie.


Eveline van de Waterlaat, dieetpsycholoog, vertelt Flair: “Veel van onze eigenwaarde hangen we aan ons gewicht en kledingmaat. … Veel mensen dragen liever een te strakke broek dan dat ze een maat groter kopen. Daar zit een angst onder om buiten de groep of norm te vallen. Voor mensen is dat een van onze grootste angsten.”


Wanneer we niet meer zo bang zijn voor grotere maten, zal het kopen van kleding een minder groot probleem worden. Het is een stuk stof die je lichaam warm moet houden, beschermen of mag versieren.


En dat betekent dat het zoveel macht over ons heeft als we het zelf geven.

Image by: Freepik

Source: I Love Health, Margriet, Flair, ELLE, Marie Claire, Ocean Generation, Buzzfeed, Atmos

Mis het niet – join FRieque
The party starts soon...
  • 00Days
  • 00Hours
  • 00Minutes
  • 00Seconds
Ontvang het laatste nieuws
Contact
Voor iedereen die trots is anders te zijn