Image by: Magnific.com
Wat is de oorzaak van de woningnood in Nederland?
Wij vertellen je wat de échte oorzaak is van de woningnood in Nederland. Spoiler alert: het komt niét door vluchtende mensen.
De woningcrisis; een onderwerp dat steeds opnieuw terugkomt in het maatschappelijke debat. En dat een compleet eigen leven is gaan leiden. Vooral gecombineerd met het onderwerp ‘migratie‘ blijft de huizencrisis steeds onderwerp van gesprek. Het is inmiddels een onderwerp geworden dat in verkiezingstijd alle aandacht opslokt. En hoewel extreemrechtse politici graag willen dat jij gelooft dat de crisis op de huizenmarkt veroorzaakt wordt door migratie, is dat niet hoe het echt zit.
Er is een antwoord op de vraag: ‘waarom kan ik geen huis krijgen?’ En dat antwoord is niet ‘vluchtelingen’. Het zit namelijk veel complexer in elkaar dan dat. Wij gaan je uitleggen wat de oorzaken zijn van de woningcrisis. En waarom het op dit moment zo moeilijk is om een (betaalbaar) huis te vinden. En we lichten toe waarom het statement ‘vluchtelingen veroorzaken de huizencrisis in Nederland’ niet klopt.
De woningcrisis: wat is het probleem?
Er is op dit moment een enorm tekort aan woningen in Nederland. Er zijn in totaal zo’n 390.000 huishoudens in Nederland die wachten op een woning. Dit tekort gaat om zowel koophuizen als sociale huurwoningen. Er staan in Nederland ongeveer 2,3 miljoen sociale huurwoningen. Daarvan komen er elk jaar zo’n 164.000 vrij. Maar deze woningen gaan voornamelijk naar doorstromers. Dat zijn mensen die al een sociale huurwoning hebben en die naar een nieuwe huurwoning verhuizen. Dat betekent dat er in totaal zo’n 38.000 huizen overblijven voor nieuwe huishoudens. En dat is veel te weinig.
Dit tekort aan woningen heeft tegelijkertijd invloed op de mogelijkheid om een huis te kunnen kopen. Door een tekort aan huizen stijgen de prijzen op de huizenmarkt. In de periode tussen 2020 en 2021 steeg de prijs van een huis met ongeveer 15%. Dat is een enorme stijging. Hierdoor worden huizen voor voornamelijk starters onbetaalbaar.
Om het tekort op te lossen zouden we in Nederland in 2030 bijna een miljoen meer huizen gebouwd moeten hebben. Dat zijn een miljoen huizen in minder dan 4 jaar. Het woningtekort wordt dan ook een echte huizencrisis genoemd. Maar dat tekort is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Dat is ontstaan door een combinatie van verschillende factoren. Factoren die allemaal neerkomen op hetzelfde: de huizencrisis wordt veroorzaakt door slecht beleid van de afgelopen decennia.
We zetten de verschillende factoren die meespelen voor je op een rij.
de bevolking en de toekomst
Er is in Nederland niet altijd sprake geweest van een huizentekort. In 2000 was er helemaal geen sprake van een ‘crisis’. Sinds de jaren ’90 werden er veel nieuwe woningen gebouwd en werden steden uitgebreid met onder andere Vinex-wijken. Het tekort aan huizen was op dat moment zo’n 1,4% – dat zijn minder dan 100.000 woningen. Dit was een acceptabel percentage; om de woningmarkt in balans te houden mocht dat tekort maximaal zo’n 2% zijn.
Tot er een periode van minder bouwen volgde. Er werden in die tijd voorspellingen gedaan met betrekking tot de groei van de bevolking. En die zou juist gaan krimpen. Want mensen kregen minder kinderen. Het Ruimtelijk Planbureau (nu PBL) kwam met de boodschap: “In de nabije toekomst zullen steeds meer regio’s en gemeenten te maken krijgen met teruglopende aantallen inwoners”. Ook zeiden ze dat er “minder druk op de woningmarkt” zou zijn. Om leegstand te voorkomen maakten projectontwikkelaars en woningcorporaties, die al jaren van tevoren moeten beginnen met het plannen van bouwprojecten, minder plannen om te bouwen. De bevolking zou niet zoveel huizen nodig hebben. En van migratie was ook weinig sprake.
Maar hoewel het aantal geboortes afnam, nam het aantal huishoudens niet af. Het aantal eenpersoonshuishoudens groeide namelijk enorm snel; van 1,8 miljoen in 1990 naar een totaal van 2,5 miljoen in 2006. En ook die mensen hadden allemaal een huis nodig. Dit fenomeen wordt de ‘verdunning van de bevolking’ genoemd. Het aantal mensen in een huishouden wordt steeds minder. Dat betekent dat er steeds minder mensen in één huis wonen. En op die verschuiving in de maatschappij was Nederland niet voorbereid. Het huizentekort groeide.
De financiële crisis in 2008
Tot de huizenmarkt in 2008 compleet in elkaar stortte. 2008 was het begin van de bankencrisis (kredietcrisis) die tot 2013 zou duren. De bouw kreeg een enorme klap door deze financiële crisis. Het aantal nieuwbouwopdrachten voor bouwbedrijven nam enorm af. Veel van deze bedrijven gingen failliet. Bouwvakkers gingen op zoek naar ander werk en de bouw lag bijna helemaal stil. In de jaren voor de financiële crisis werden er meer dan 90.000 nieuwe huizen per jaar gebouwd. In 2013 waren dit nog maar 45.000 per jaar.
Maar de vraag naar huizen lag niet stil. De bevolking bleef groeien en de verdunning van die bevolking zorgde voor meer vraag naar huizen. Zo werd het huizentekort steeds groter.
Na de bankencrisis kwam de bouw wel weer op gang. Maar bouwbedrijven hadden te maken met grote personeelstekorten. En de productiekosten waren enorm hoog. Dit zorgde ervoor dat de bouw de groeiende vraag naar huizen niet aan kon. De sector is nog steeds aan het herstellen van die financiële crisis en heeft dus nooit een inhaalslag kunnen maken met betrekking tot het groeiende woningtekort. Dit kwam ook omdat de overheid de woningmarkt in de steek liet en verder kapot maakte.
Beslissingen van de overheid
Toen de woningmarkt tijdens de kredietcrisis compleet instortte, liet de overheid het afweten. In plaats van de bouw een zetje te geven en juist te stimuleren, besloot de overheid op dat moment de handen ervan af te trekken. Neo-liberale VVD-minister Stef Blok kondigde in 2010 aan dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) niet meer nodig was. Volgens de minister was de woningmarkt ‘af’ en was het ministerie overbodig. Het had volgens het kabinet ook teveel raakvlakken met andere ministeries. Zoals Verkeer en Waterstaat.
Daarnaast wilde het kabinet Rutte I de overheid kleiner maken. Met minder ministeries en daarmee een snellere besluitvorming. Dat ging nog een stap verder tijdens het kabinet Rutte II. Die een terugtredende overheid wilden met een grotere vrije huursector en een kleinere sociale huursector. Minder overheid in de huizenmarkt, en meer ruimte voor particuliere investeerders. Waar de regering eerder besluiten nam met betrekking tot het aanbod van huizen, werd dat nu overgelaten aan de markt. Overheidssubsidies verdwenen en bouwen werd voor veel partijen onaantrekkelijk.
Ook kwam de overheid met de verhuurderheffing; een regel die ervoor zorgde dat woningcorporaties extra belasting moesten betalen als zij meer dan vijftig sociale huurwoningen verhuurden. Het doel was om meer geld voor de staatskas te verzamelen. Maar in de realiteit leidde het tot veel minder nieuwbouw. En dus minder sociale huurwoningen. Voormalige huurwoningen werden opgekocht door investeerders en voor een veel hogere prijs doorverkocht.
Het aanbod was door de economische crisis heel krap en de prijzen van de huizen daardoor enorm hoog. Maar de vraag naar huizen nam alleen maar toe.
Regels en bezwaren
Inmiddels heeft de overheid voor een hele nieuwe aanpak gekozen. Een van meer regulering en controle. De regelgeving rond het bouwen van huizen is daardoor in de laatste jaren veel strenger geworden. Hierdoor duurt het veel langer om huizen te bouwen. Terwijl de vraag onder de bevolking wel blijft groeien. Zo kan het bijvoorbeeld al 10 jaar duren om een appartementencomplex te bouwen. Dit kan in steden nog langer duren.
Daarnaast is de inspraak van de maatschappij ook veel groter geworden. Er bestaan heel veel manieren waarop omwonenden en andere betrokkenen invloed kunnen hebben op de bouw. Bijvoorbeeld door een bezwaar in te dienen. Dit gebeurt wanneer omwonenden bezwaar hebben tegen een flatgebouw in hun achtertuin omdat het hun uitzicht verpest. Zo’n bezwaarprocedure kan ervoor zorgen dat een bouwproject enorme vertraging oploopt.
Maar bouwbedrijven moeten zich ook aan steeds meer regels houden voor zij aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld met betrekking tot de natuur, klimaat, enzovoorts. Een voorbeeld hiervan is de nieuwe EU-luchtkwaliteitsnormen die in 2030 ingevoerd moeten zijn. Deze richtlijnen hebben betrekking op luchtvervuiling en stikstofuitstoot tijdens de bouw van huizen. Wanneer een project deze normen lijkt te breken dan kan het zijn dat de bouw uitgesteld wordt. Hierdoor duren veel projecten langer dan gepland. Terwijl de vraag blijft groeien.
De bevolking groeit – het aantal huizen niet
Het tekort aan woningen is in de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt. En dat is niet toevallig. De Nederlandse economie bloeide in die jaren enorm op. Het ging weer goed in Nederland en dat zorgde ervoor dat veel mensen hierheen wilden komen om te leven, studeren en werken. De bevolking groeide dus enorm door migratie. Maar die migratie staat niet gelijk aan ‘vluchtelingen’ of ‘asielzoekers’.
We hebben in Nederland zo’n 260.000 vluchtende mensen. En meer dan een miljoen arbeidsmigranten. Het aantal internationale studenten in Nederland is sinds 2017 bijna verdubbeld. Van 76 duizend naar 131 duizend.
En ja; het aantal mensen dat in Nederland asiel aanvraagt is de afgelopen jaren ook sterk gegroeid. Mede door verschillende conflicten in de wereld. De oorlog in Oekraïne is hier een heel duidelijk voorbeeld van; tussen 2022 en 2023 was er een enorm piek in toename van asielmigratie wereldwijd. Maar het aantal mensen dat hier ieder jaar naartoe komt voor asiel is alsnog veel lager dan het aantal mensen dat jaarlijks naar Nederland komt voor werk en studie. Al helemaal als je daar de mensen die ’terugkomen’ bij optelt, of die voor de liefde hierheen migreren.
Vluchtelingen en de huizencrisis
De bevolking en de vraag naar huizen groeit inderdaad door migratie. Maar een klein deel daarvan gaat om statushoudende personen. En dat betekent dat de huizen dus niet ‘weggestolen’ worden door vluchtende mensen. Hoe zit het dan echt?
Begin 2026 wachten 18.378 statushoudende personen op een woonruimte die hen belooft is door de gemeente. Van alle woningzoekenden is dat maar 1,25%. Dat betekent dat statushoudende mensen een heel klein deel van het tekort vormen. Tussen 2018 en 2023 gingen er zo’n 9.700 sociale huurwoningen naar deze groep. Dat vormt 6% van de totaal vrijgekomen sociale huurwoningen in die periode. In totaal gaan er ongeveer 5.000 huizen per jaar naar statushoudende personen. En dat lijkt veel. Maar wanneer we kijken naar hoeveel woningen er op dit moment per jaar vrijkomen (170.000) is dat aandeel minimaal.
Soms roepen politici of extreem-rechtse opniniemakers dat we ieder jaar 30.000 statushoudende mensen een woning ‘geven’. Dat klopt. Maar dat gaat niet om 30.000 woningen. Het gaat om 30.000 mensen die met hun gezin in een woning komen te wonen. Dat zijn meerdere mensen in een woning. En door het grote woningtekort worden zij soms ook in gezamenlijke woningen ondergebracht met andere gezinnen.
Deze mensen moeten trouwens ook wachten op een woning. Het streven is om ze binnen tien weken een huis toe te wijzen. Maar dat loopt vaak op tot 2 jaar. Sommige mensen moeten jarenlang verhuizen van azc naar azc voor zij een huis toegewezen krijgen. Een woning die zij trouwens niet mogen weigeren. Hierdoor zijn de woningen die voor hen beschikbaar blijven vaak de woningen die niemand anders wilde hebben. Kortom: statushoudende personen zijn, net als wij allemaal, de dupe van de gebroken woningmarkt.
De oorzaak van de huizencrisis
Er is een heel duidelijke oorzaak aan te wijzen voor het woningtekort in Nederland: falend overheidsbeleid. Door verkeerde inschattingen en een slechte reactie op een financiële crisis is het tekort alleen maar groter geworden. En wachten steeds meer mensen op betaalbare woningen. Nederland heeft meer sociale huurwoningen nodig en meer woningen voor eenpersoonshuishoudens.
En de harde waarheid is: met het sluiten van grenzen en het opschorten van huisvesting voor vluchtende mensen, los je het probleem niet op. Hoe graag populistische rechtse politici ook willen dat je dat gelooft.
DIT IS FRIEQUE
FRIEQUE is een nieuw platform, magazine en community voor iedereen die trots is anders te zijn. We geven niet om clout: wij doen wat we doen omdat het juist is en omdat we de wereld een stukje beter willen maken.
Laatste Nieuws
- 00Days
- 00Hours
- 00Minutes
- 00Seconds