*** MIS HET NIET *** MIS het niet​
*** MIS HET NIET *** MIS het niet​

Leugen van dieetcultuur: dit is waarom dik niet slecht is

Het is 2026 en nog steeds horen we constant dat dik zijn ongezond is – en dat terwijl er steeds meer onderzoek verschijnt met een heel ander verhaal. Namelijk dat dik niet slecht is.

Dit artikel gaat over dikke lichamen, stigma en discriminatie van deze lichamen, over voeding, gezondheid en sporten. Daarnaast wordt het woord ‘obees’ af en toe gebruikt in dit artikel. Dit is een woord waar wij zelf niet achter staan en wat wij ook niet gebruiken – net als overgewicht. Maar in sommige benamingen en quotes komen deze woorden wel voor. Mocht je worstelen met een eetprobleem of -stoornis dan kan dit artikel triggerend zijn. Zorg goed voor jezelf♥️

Haat en discriminatie tegen dikke mensen is een van de enige vormen van discriminatie in de maatschappij die door veel mensen openlijk goedgekeurd wordt. En die legaal is; je mag dikke mensen shamen, op ze haten, of ze uitsluiten vanwege het feit dat ze dik zijn.

 

Hier ligt vaak het idee achter dat dikke mensen zelf schuld hebben van het feit dat ze dik zijn. Dat het komt omdat ze ‘lui’ zijn, geen ‘doorzettingsvermogen’ zouden hebben, en alleen maar ’troep’ eten. Dik zijn wordt door de maatschappij dan ook gezien als een moreel falen. Combineer dat met het hardnekkige geloof dat dik zijn samenhangt met allemaal gezondheidsproblemen, en zo duikt het idee dat dik ‘slecht’ is overal op.

 

Maar steeds meer onderzoek wijst uit dat dik zijn helemaal niet zo ‘slecht’ is als altijd gedacht werd. En dat dikke mensen helemaal niet zo ongezond zijn. Daarmee wordt het steeds duidelijker dat het idee dat dik slecht zou zijn, een leugen is van de dieetindustrie om ons vooral in de ban te houden van diëten, afslankmiddelen en andere middelen die ons ‘gezonder’ zouden kunnen maken maar in feite het tegenovergestelde doen.

 

Tijd om eens op een rijtje te zetten hoe het écht zit.

dik niet slecht: de leugen van BMI

Eerst is het tijd om een van de grootste leugens ontkrachten. Wanneer we het hebben over gewicht, dan hebben we het vaak over BMI; de schaal die de bevolking indeelt in groepen van ‘gezond’ naar ‘ongezond’. Deze schaal ligt al langer onder vuur omdat hij geen goede manier zou zijn om ‘gezondheid’ te kunnen meten.

 

BMI werd in de 19e eeuw ontwikkeld door een wiskundige uit België. Lambert Adolphe Jacques Quetelet bedacht in 1830 een tool om de ‘gemiddelde man’ te vinden. Hiervoor had hij een handige berekening nodig waarmee hij snel een vergelijking kon maken tussen verschillende mensen van verschillende lengtes en gewichten.

 

Het had niks met gezondheid te maken en was ook niet ontwikkeld met dit doel.

 

De BMI-index werd pas in de jaren ’70 een tool voor afvallen, toen een diëtist uit Amerika bedacht dat de Quetelet Index (BMI) gebruikt kon worden om snel ‘obesitas’ vast te stellen. Het werd al snel een standaard maat in ziekenhuizen, doktersposten en in fitnesscentra.

 

Maar BMI zegt weinig over je daadwerkelijke gezondheid. En dat komt omdat de berekening van BMI echt alleen uitgaat van je lengte en je gewicht – niets anders. Geen spiermassa, botdichtheid of lichaamsvet.

 

Diëtist Tim Crowe vertelde ABC News: “Als je naar de hele bevolking kijkt, is de BMI geweldig. Maar op individueel niveau valt het echt tegen. Het geeft je slechts een heel ruwe schatting van hoe iemands gezondheid eruit zou kunnen zien op basis van dit getal.” 

 

Kortom: BMI is een meetinstrument dat vrij weinig zegt over gezondheid. En dus ook niets over ‘goed’ of ‘slecht’.

de leugen van dik zijn en 'luiheid'

De meest hardnekkige leugen over dikke lichamen, is die over de oorzaak van dik zijn. Veel mensen geloven nog steeds dat dat komt door luiheid, een gebrek aan discipline of andere factoren waar jij als dik persoon niet genoeg, of juist teveel van hebt. Maar dat is door de wetenschap inmiddels ontkracht.

 

Er zijn verschillende factoren die aan de basis van een dik lichaam kunnen liggen die niets te maken hebben met luidheid of teveel eten. Volgens wetenschappers gaat het om een combinatie van biologische, psychologische, omgevings- en sociale factoren.

 

Zo spelen genen een grote rol bij lichaamsbouw en ook bij gewichtstoename. Sommige mensen zijn van zichzelf breder gebouwd en sommige mensen hebben een genetische aanleg voor gewichtstoename.

 

Maar ook bepaalde ziektes of lichamelijke problemen kunnen gewichtstoename of lichaamsbouw beïnvloeden. En gewichtstoename is een bijwerking van veel medicijnen. Daarnaast spelen bepaalde bacteriën in je maag- en darmstelsel ook een rol bij gewichtstoename.

 

Het laatste punt wat niet vergeten mag worden is sociaal-economische positie. Zo is het voor mensen die onder de armoedegrens leven veel moeilijker om gezond te eten en zijn deze mensen over het algemeen ook zwaarder.

 

Dik zijn is dus in veel gevallen niet het resultaat van een gebrek aan discipline maar van omstandigheden en factoren die buiten onze controle liggen.

Waarom dik niet slecht is: niet ongezond

Een andere hardnekkige overtuiging is het idee dat als je dik bent, je ook meteen niet gezond zou zijn. Dit idee bestaat al behoorlijk wat jaren en zit ingebakken in onze maatschappij. Maar de realiteit ligt anders. Het is namelijk niet een gegeven dat je, als je dik bent, ook ongezond bent.

 

Dik zijn en gezond én fit zijn gaan met elkaar samen.

 

Ruth Loos, die de genetische achtergrond van dik zijn bestudeerd aan de Universiteit van Kopenhagen, vertelt Science dat andere factoren een grotere rol spelen bij gezondheid. Zoals armoede, discriminatie en toegang tot gezond voedsel.

 

Deze onderzoeker, en veel anderen met hen, willen af van de focus op gewicht zodat er juist nadruk kan komen te liggen op wat echt belangrijk is voor gezondheid. Zoals de factoren van gezondheid die je juist niet aan de buitenkant kunt zien.

 

David Allison, een vooraanstaand onderzoeker op het gebied van dikheid en decaan van de School of Public Health aan de Indiana University in Bloomington, vertelt Science: “We hebben de neiging om ons te veel te richten op obesitas en gewicht, deels omdat die zaken zichtbaar zijn. Als we een kamer binnenkomen en elkaar de hand schudden, zie je mijn gewicht. Je ziet mijn cholesterolgehalte niet, en je ziet ook niet hoeveel vet er in mijn lever zit.”

 

En dat zijn factoren die bij dikke mensen alsnog gezond kunnen zijn.

Metabool gezond obees: dik niet slecht

De onderzoekers noemen dit “metabool gezond obees” (MHO). Zo zijn er dikke mensen met gezonde cholesterol en bloedsuiker waarden – en zijn er dunne mensen die dat niet hebben. Hierbij speelt vooral de verdeling van het vet in het lichaam een rol; visceraal vet dat rond de organen zit vormt een groter risico voor de gezondheid dan onderhuids vet.

 

Sterker nog: een bepaalde hoeveelheid vet kan bij dikke mensen juist ook een beschermende factor zijn. Bijvoorbeeld bij hartfalen en vormen van kanker.

 

In een onderzoek in 2005 werd zelfs aangetoond dat het sterftecijfer bij mensen die dikker waren juist iets lager lag dan bij mensen met een ‘normaal’ gewicht. Gezondheid zou volgens de onderzoekers dan ook weer te geven zijn in een U-curve: aan de beide uiterste kanten wordt het risico op gezondheidsproblemen het grootst.

 

Maar bij mensen die nu met het label ‘overgewicht’ bestempeld worden (volgens het systeem van BMI) zijn de gezondheidsrisico’s vergelijkbaar met die van mensen in het midden van de curve – en soms zelfs lager. 

dik niet slecht: gezond is key – zoals bij iedereen

Dik zijn hoeft dus niet ongezond te zijn – net zoals dun zijn dat niet hoeft te zijn. Het hangt allemaal af van je levensstijl. Gezondheidsrisico’s gaan dus ook niet over je uiterlijk, maar over de waarden die je terugziet bij (bloed)onderzoek. Onderzoek wijst dan ook uit dat bijvoorbeeld bewegen veel belangrijker is dan ‘BMI’ of het cijfer op de weegschaal.

 

Zo bleek dat mensen met een hoger BMI die wel veel aan sport deden, een gelijke kans hadden op hartfalen als mensen met een ‘normaal’ BMI. Wanneer dikke mensen aan genoeg lichaamsbeweging doen, worden zij al gezonder – zonder eerst te hoeven afvallen. En in bepaalde gevallen gezonder dan dunne mensen die niet bewegen.

 

Sterker nog: alleen afvallen door middel van voeding, zonder daarbij ook aan lichaamsbeweging te doen, is juist enorm slecht voor je metabolische gezondheid.

 

Dr. Timothy Church, directeur van het Laboratorium voor Preventieve Geneeskunde bij het Pennington Biomedical Research Center in Baton Rouge, vertelt TIME: “Ze bewegen te weinig. Ze volgen vreselijke, strenge diëten. Ze hebben misschien geen overgewicht, maar hun stofwisseling is een puinhoop”.

 

Kortom: wat binnen in een lichaam gebeurt is veel belangrijker dan de buitenkant.

 

Fatima Cody Stanford, MD, specialist in de behandeling van obesitas, vertelt Oprah Daily: “De ene patiënt kan bij een gewicht van 136 kg nog steeds gezond zijn, terwijl een ander bij 68 kg moet zitten. Het is belangrijk om de algehele gezondheidstoestand van iemand grondig te onderzoeken om te bepalen wat zijn of haar lichaam nodig heeft.”

Correlatie en causatie: dik niet slecht

Een grote denkfout die gemaakt wordt in het onderzoek naar dikheid en de consequenties hiervan, is die van correlatie en causaliteit. Want het is helaas nog steeds zo dat dikke mensen vaak niet de hulp krijgen die ze nodig hebben omdat dokters teveel focus leggen op hun gewicht. Daardoor blijven onderliggende gezondheidsproblemen onopgemerkt en sterven dikke mensen aan ziektes die voorkomen hadden kunnen worden.

 

Of de oplossing wordt gezocht in afvallen terwijl de dikke persoon juist andere hulp nodig heeft.

 

Daarnaast zorgen vooroordelen en de afkeurende houding van de maatschappij ervoor dat dikke mensen niet naar dokters gaan. Traci Mann, PhD, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Minnesota, vertelt de APA: “Elk beetje stigma rond gewicht dat iemand van zijn of haar arts te verduren krijgt, maakt het minder waarschijnlijk dat die persoon nog eens terugkomt”.

 

Het is dan ook belangrijk voor dokters om hun eigen vetfobie en vooroordelen aan te pakken bij het helpen van dikke patiënten. Lindo Bacon, fysioloog, auteur en voorvechter van lichaamspositiviteit, vertelt Science: “Het eerste waar je over na moet denken … is: ‘Wat voor advies zou ik aan een slanker persoon geven?’”.

 

Het is helaas niet zeldzaam dat dikke mensen met pijn naar de dokter gaan, weggestuurd worden met het advies dat ze af moeten vallen, om er later achter te komen dat ze een ver gevorderde tumor in hun lichaam hebben.

 

Het is dus van levensbelang om correlatie en causaliteit uit elkaar te houden. Het zou namelijk zelfs zo kunnen zijn dat bepaalde ziektes die nu gelinkt worden aan overgewicht of een dik lichaam, een andere verklarende factor hebben die niets met gewicht te maken heeft. 

de leugen van de 'obesitas epidemie'

De obesitas-epidemie wordt vaak genoemd als een wereldwijd probleem dat aangepakt moet worden; mensen worden steeds dikker en dat zou een enorme crisis zijn.

 

Maar inmiddels zijn veel gezondheidsexperts en onderzoekers erachter dat deze obesitas-epidemie misschien wel een beetje een ‘moral panic’ is: een grote publieke angst over een bepaald fenomeen dat onze maatschappij sowieso gaat “verwoesten”.

 

En die moral panic komt voornamelijk door BMI.

 

Paula Brochu, Ph.D., een universitair hoofddocent aan het College of Psychology van de Nova Southeastern University, vertelt ELLE: “Een groot onderzoek onderzocht de cardiometabolische gezondheid van mensen over het hele BMI-spectrum en ontdekte dat bijna de helft van de mensen met “overgewicht” en bijna een derde van de “zwaarlijvige” mensen metabolisch gezond waren”.

 

Ze voegt hieraan toe: “Onderzoekers schatten dat de gezondheid van bijna 75 miljoen volwassenen in de VS verkeerd is geclassificeerd op basis van de BMI.”

 

En dat betekent dat, hoewel mensen wel steeds zwaarder worden, dat niet per se een ‘crisis’ is zoals die door veel organisaties bestempeld wordt. Het lijkt er dan ook op dat het gemiddelde gewicht in de wereld aan het verschuiven is en dat dit niet per se een reden voor paniek is, maar eerder een reden om onze ideeën over gezondheid en de indeling van onze openbare ruimtes aan te passen.

 

Want: als het gemiddelde gewicht omhoog gaat, waarom is alles in de wereld nog steeds voornamelijk gemaakt voor dunne mensen? 

Dik is slecht en racisme

Maar waar komt toch die obsessie met dun zijn vandaan? En sinds wanneer is dik ‘slecht’ geworden? Dit is terug te brengen naar de tijd van de slavernij. Want vlak daarvoor werden de witte vrouwen van Rubens nog gezien als het schoonheidsideaal. Maar de slavernij en de verdere ontmenselijking van Zwarte mensen zorgde ervoor dat dit veranderde.

 

De Amerikaanse sociologe Sabrina Strings, schrijfster van Fearing the Black Body: The Racial Origins of Fat Phobia, schrijft over de categorisatie van lichamen die gemaakt werd in de tijd van het kolonialisme door zogenoemde ‘raswetenschappers’.

 

Deze categorieën waren gebaseerd op alles behalve huidskleur en moesten laten zien dat de witte persoon toch echt beter was dan de Zwarte. Een van die categorieën was lichaamsbouw.

 

Aan het eind van de zeventiende eeuw schreven Franse wetenschappers als Georges-Louis Leclerc over de parallel tussen vraatzucht, domheid en de kenmerken van Afrikaanse mensen. Er werd geprobeerd om meer afstand te creëeren tussen de witte mens en de Zwarte, en dunheid was een van de manieren waarop dit gedaan werd.

 

Dit werd doorgezet in de 19e eeuw door bladen als Harper’s Bazaar die dikheid in verband brachten met “Afrikaanse inboorlingen”.

 

Kate Manne schrijft in haar boek Unshrinking: How to Face Fatphobia: “Het is niet zo dat eerst dikheid werd gedegradeerd en dat vervolgens zwarte lichamen werden geassocieerd met dikheid. Het ging de andere kant op. Dikke lichamen en zwarte lichamen werden met elkaar in verband gebracht en dat werd kort daarna gebruikt om dikke lichamen en dikke zwarte lichamen specifiek ‘slecht’ te maken.”

Stigma maakt dik niet slecht

Het idee dat dik slecht is komt dus vooral door het enorme stigma dat hierop ligt. Dik is een scheldwoord geworden wat gebruikt wordt om – voornamelijk vrouwen – te shamen. Maar uiteindelijk blijft ‘dik’ gewoon een bijvoeglijk naamwoord. Net als ‘lang’ of ‘blond’.

 

Toch wordt het op dit moment niet zo gezien of gebruikt. Het stigma rond dik zijn heet ‘sizeism‘ of ‘gewichtsstigmatisering’. En sizeism leidt – net als andere vormen van discriminatie – tot veel mentale problemen.

 

Zo verhoogt het de kans op verslaving en zelfmoordgedachten.

 

Veel mensen denken nog steeds dat je dikke mensen hard aan moet pakken en dat een training à la The Biggest Loser de sleutel is naar een gezondere leefstijl of ‘dun worden’. De grootste daders van sizeism zijn dan ook familieleden, partners en vrienden.

 

Maar die ‘tough love‘ werkt juist averechts. Janet Tomiyama, PhD, hoogleraar gezondheids- en sociale psychologie, vertelt de APA: “Mensen kunnen de kleur van hun huid niet veranderen, maar er heerst de misvatting dat mensen door een dieet van hun overgewicht af kunnen komen – dat als iemand een zwaarder postuur heeft, dat voor 100% hun eigen schuld is.

 

Dit is het bijzondere aan het stigma rond gewicht: juist de mensen die het dichtst bij je staan en die je sociale steun zouden moeten bieden, zijn vaak degenen die het meest stigmatiserend zijn.”

Hoe dik een slecht woord werd

Dik is een bijvoeglijk naamwoord dat van zichzelf geen positieve of negatieve lading zou moeten hebben. Maar toch is dat in onze maatschappij niet het geval. Van films tot TV en van het nieuws tot social media; alles draagt bij aan de boodschap dat ‘dik’ een slecht woord zou zijn.

 

En onderzoek wijst uit dat dit in pop culture heel veel voor komt.

 

In media wordt dik zijn gebruikt als een trope: dikke personen komen vrij weinig voor in films of series, en als ze dat wel komen dan zijn ze het grappige personage, de ‘best friend‘ die zelf nooit romantiek gaat vinden, of de persoon die juist door iedereen dik wordt genoemd en gepest wordt.

 

Daarnaast zijn dikke mensen in series veel minder vaak in seksscènes of andere intieme momenten te zien. Maar dikke personages worden ook vaak neergezet alsof ze constant aan het eten zijn – vaak als onderdeel van de punchline.

 

En deze boodschappen zie je al heel vroeg terug; ook in tekenfilms en kinderprogramma’s. Dikke mensen in cartoons zijn vaak dom, hebben minder vrienden en worden neergezet als minder ‘likeable‘.

 

Dit soort boodschappen vormen het wereldbeeld dat we hebben. En dat leidt tot het sentiment dat dik slecht is.

De dieetindustrie maakt dik slecht

Die focus op het neerhalen van dikke mensen heeft dan ook niets te maken met gezondheid en alles met de dieetindustrie. Op een gegeven moment werd er een link gelegd tussen bepaalde gezondheidsrisico’s en gewicht. De logische oplossing was toen om te focussen op afvallen.

 

Dat is hoe een miljoenenindustrie op gang kwam; van operaties tot dieetboeken en van Ozempic tot laxeermiddelen. Deze industrie verdiend namelijk geld aan de stigmatisatie van gewicht en zal dus ook zorgen dat dat stigma bevestigd wordt in de reclames die ze maken.

 

En die industrie heeft veel geld te besteden; ze verdienen zo’n $70 miljard per jaar aan vetfobie. De reden dat deze industrie maar geld blijft verdienen? Omdat een dieet over het algemeen vaker niet werkt dan wel. Zo blijven dikke mensen geld uitgeven aan nieuwe diëten om vervolgens weer aan te komen, en weer van voor af aan te starten.

 

Daarnaast is vetfobie een vorm van misogynie. Vetfobie is namelijk – over het algemeen – vooral gericht op meisjes en vrouwen.

 

Kate Manne, feministe en filosoof, vertelt aan Women’s Agenda: “Meisjes en vrouwen [krijgen] te maken met het controleren en afdwingen van patriarchale normen en verwachtingen, en een van de meest ingrijpende daarvan is dat we klein, slank, atletisch, lenig en vrouwelijk moeten zijn … Met andere woorden: er zijn misogyne verwachtingen die vereisen dat onze lichamen voldoen aan zowel vetfobische als racistische, leeftijdsdiscriminerende, transfobische en validistische verwachtingen. We worden gestraft als we ons daar niet aan conformeren – en beloond als we dichter bij die [onhaalbare] normen komen.”

 

Kortom: meisjes en vrouwen worden nog minder serieus genomen als ze dik zijn. En dat draagt weer bij aan de controle die de maatschappij uitoefent over vrouwen.

 

Een bekende uitspraak: “you can’t fight the patriarchy when you’re weak from hunger“.

Leugen van dieetcultuur: stigma maakt niet dun

De leugen die de dieetcultuur ons probeert te verkopen is het idee dat als we dikke mensen maar vaak genoeg vertellen dat ze dik zijn – en dat koppelen aan slechte eigenschappen – dat die mensen dan op magische wijze dun en ‘gezond’ worden. Maar dat is niet hoe het werkt.

Sterker nog; het heeft het tegenovergestelde effect. Want het stigmatiseren van gewicht en het shamen van dikke mensen zorgt juist voor meer problemen.


Cynthia Bulik, klinisch psycholoog en expert op het gebied van eetstoornissen, vertelt Science: “Ik heb met zoveel mensen gewerkt die deze cyclus van afvallen en weer aankomen, afvallen en weer aankomen, hebben doorgemaakt. Het zorgt voor mentale kwelling, het beïnvloedt hun relaties, het beïnvloedt hun sociale leven. Het beïnvloedt alles.”


Maar ook fysiek werkt shamen juist averechts.


Zo kan het stigmatiseren van gewicht en overgewicht juist leiden tot gewichtstoename omdat de mentale stress van het stigma leidt tot emotie-eten of andere ongezonde eetgewoontes.


Daarnaast hangt gewicht samen met sociaal-economische positie. En dat betekent dat veel mensen die wel gezond zouden willen eten daar het geld niet voor hebben. Het heeft dan ook geen zin om deze mensen belachelijk te maken, uit te schelden of weg te zetten als ‘slecht’. Want dit leidt tot eetstoornissen en zorgt dat mensen gezonde gewoontes gaan vermijden. Bijvoorbeeld wanneer mensen haatreacties achterlaten op video’s van dikke mensen die sporten.

 

De focus van de aanpak zou dan ook veel meer moeten liggen op het stimuleren van een gezonde leefstijl en het toegankelijk maken van sport en gezond eten.

 

Niet shamen.

Dik zijn is geen moreel falen

Het wordt tijd dat we stoppen met het narratief dat dik ‘slecht’ zou zijn. Dikke mensen kunnen niet van het leven genieten zonder daarop aangekeken te worden. Wanneer ze een pizza eten wordt het meteen gelinkt aan de omvang van hun lichaam – zij zouden geen recht hebben op die pizza; een salade is het enige wat zij in het openbaar mogen eten.

Door lichaamsomvang constant te linken aan gezondheid wordt het onjuiste narratief gecreëerd dat dik zijn slecht is en dat een dik persoon dus absoluut niet ‘goed’ kan zijn. Dat wanneer een dik persoon in de sportschool staat, dat vast de eerste dag is dat ze daar is. Terwijl er dikke mensen zijn die marathons lopen, dansers zijn of uitblinken in andere intensieve sporten.

Of dat wanneer een dik persoon in de openbare ruimte bestaat, ze daar niet ’thuis’ zou horen. Daarmee creëeren we het idee dat een dik persoon pas mag leven als ze dun is.

Maar een dik persoon hoeft niet een bepaalde lichaamsomvang te hebben om iets waard te zijn. Geen enkele persoon hoeft dat. Al helemaal niet als de reden waarom gebaseerd is op een leugen.

En al zou het wel ongezond zijn om dik te zijn, dan nog heeft niemand daar iets over te zeggen.

Kate Manne noemt dit ‘body reflexivity’ in plaats van neutrality of positivity. Ze vertelt Cornell University: “Het idee dat ik ‘lichaamsreflexiviteit’ noem, houdt het volgende in: mijn lichaam is van mij. Jouw lichaam is van jou. Alleen jouw kijk op je eigen lichaam telt, en onze lichamen zijn er niet om anderen te dienen, te behagen of te sussen.”

Dik zijn moet een keuze mogen zijn

Dat betekent dat iedereen zijn eigen keuzes mag maken over zijn eigen lichaam. Of je nu een zwangere vrouw bent, oud, trans, een handicap hebt of dik; jij kiest wat je met je lichaam doet en jij bent de enige die erover mag beslissen.

 

Maar dan moeten we wel eerst accepteren dat er veel dikke mensen zijn die niets aan hun gewicht kunnen doen en dan alsnog respect en een gelukkig leven verdienen.

 

Of nog radicaler: accepteren dat er dikke mensen zijn die niet aan hun gewicht wíllen doen.

Image by: Freepik

Source: Science, Medicine Net, Penn State, The Conversation, CNet, Oprah Daily, TIME, Healthline, APA, Within Health, UIC School of Public Health, Cornell University, Women’s Agenda, KRO-NCRV

Mis het niet – join FRieque
The party starts soon...
  • 00Days
  • 00Hours
  • 00Minutes
  • 00Seconds
Ontvang het laatste nieuws
Contact
Voor iedereen die trots is anders te zijn